In november 1990 trouwde Jantien met Paul, gelukkige jonge mensen. Hun droom: een gelukkig gezinnetje, met een paar kinderen, en later de kleinkinderen, een goede baan, samen in goede gezondheid oud worden. Welk jong paar droomt daar niet van?
Voor velen wordt deze droom werkelijkheid. Maar hoe anders kunnen Gods wegen zijn.
Het begin was volgens het boekje. Dochter Ingrid in 1992, zoon Jesse in 1995 en zoon Niels in 1997. Bij zoon Niels was vanaf de geboorte al duidelijk dat het lichamelijk niet helemaal goed zat. Een paar operaties later ging het een stuk beter met hem. Maar nog steeds is aan zijn uiterlijk te zien dat het bij of voor de geboorte niet geheel volgens het boekje ging.
Op school ging het goed met de kinderen, d.w.z. op leerniveau. Geen problemen, alle kinderen gingen altijd met mooie cijfers over. Maar het gedrag van de kinderen was niet helemaal zoals je mocht verwachten. Vaak ruzie op school, lastig, onhandelbaar, maar ook tussen de kinderen onderling in het gezin was het vaak hommeles. Totdat moeder Jantien besloot hulp te zoeken voor haar jongste. Het hele circuit door en uiteindelijk bleek Niels Asperger te hebben. Omdat het met de oudste twee kinderen ook niet goed ging, werden zij ook getest. En jawel, Ingrid had ook het syndroom van Asperger en Jesse kreeg het etiket klassiek autisme.
Drie kinderen, alle drie met een vorm van autisme. Moeder Jantien was soms radeloos.
Vader Paul had het er moeilijk mee. Veel van het gedrag van zijn kinderen was voor hem herkenbaar. Dus werd hij ook getest en ja hoor, begin 2008 kreeg hij ook de diagnose: syndroom van Asperger. Vader Paul had zich nooit zo veel bemoeid met zijn kinderen, maar nu trok hij zich helemaal terug. Elke avond na het werk zonderde hij zich af op zijn kamertje en raakte verslaafd aan de drank.
Moeder Jantien trok het niet meer. Zij was de enige neurotypical in het gezin en kon het in haar eentje niet meer redden. Zij stortte in. Ook zij kwam nu in het psychiatrische circuit terecht.
Na een tijdje en met veel hulp ging het beter met haar en het gezin. Tot dit jaar.
In februari kreeg dochter Ingrid te horen dat zij een hersentumor had, ongeneeslijk.
Begin juni raakte vader zijn baan kwijt vanwege de economische crisis. Half juni geraakte dochter Ingrid in een comateuze toestand en eind juni kreeg vader te horen dat hij longkanker had, ongeneeslijk. Hem werd hooguit anderhalf jaar gegeven.
Hoeveel kan een mens dragen?
Maar je zult het wel moeten dragen, het leven gaat door en er zijn nog twee kinderen die haar liefde en aandacht nodig hebben, en zeker ook haar man. Gelukkig geeft haar geloof haar veel steun.
Ingrid is in oktober overleden, 20 jaar jong.
Update 11-01-2013
Vandaag is vader Paul overleden.
zondag 28 oktober 2012
zaterdag 27 oktober 2012
De regels van Matthijs
Maandag 8 oktober 2012 zond de NCRV de documentaire De Regels van Matthijs uit.
Hier kunt u de documentaire bekijken. Sorry, maar het embedden lukt me nog niet.
Ik vond de documentaire zeer indrukwekkend, maar ook Matthijs zelf maakte een grote indruk op me. Henk50 schreef er al eerder over en onlangs ook Tistje. (Als u dat laatste wilt lezen, waarschuw ik u bij voorbaat, het is een lang verslag.)
Ik ben Matthijs niet maar toch herkende ik een aantal dingen bij hem. Twee voorbeelden:
Waar ik me echt boos om maakte was de uitspraak dat Matthijs zich te veel achter het autisme verschuilt. Ik denk dan dat men bedoelt dat hij weliswaar autisme heeft maar dat hij daarom wel normaal kan doen. Ik heb het zelf vaak ervaren. Niet dat mensen het tegen je zeggen maar voor zover ik het kan inschatten bedoelen ze het wel.
Dan denk ik: "Jullie snappen er niets van." Of misschien snappen ze het wel maar zijn ze niet bereid er rekening mee te houden. Dat is lastig voor hen. Het is makkelijker te zeggen dat de ander niet meewerkt.
Toen ik geboren werd, was een bepaald gedeelte van mijn hersenen niet ontwikkeld. Waarom verwachten mensen dat ik dat deel wel kan gebruiken als het er niet is? Als je geen benen hebt, kun je toch ook niet lopen!
Hier kunt u de documentaire bekijken. Sorry, maar het embedden lukt me nog niet.
Ik vond de documentaire zeer indrukwekkend, maar ook Matthijs zelf maakte een grote indruk op me. Henk50 schreef er al eerder over en onlangs ook Tistje. (Als u dat laatste wilt lezen, waarschuw ik u bij voorbaat, het is een lang verslag.)
Ik ben Matthijs niet maar toch herkende ik een aantal dingen bij hem. Twee voorbeelden:
- Een ongelooflijke rotzooi in huis hebben maar je daar niet echt bewust van zijn en er in ieder geval geen last van hebben. Ook de noodzaak er niet van inzien het te moeten opruimen.
- Het onbegrip van de boze buitenwereld. Mensen begrijpen vaak niet wat je bedoelt en dan zeggen zij dat jij hen niet wilt begrijpen. Maar ik kan die mensen niet begrijpen. Het is vaak onlogisch wat ze zeggen. En dan begrijpen mensen mijn logica niet.
Waar ik me echt boos om maakte was de uitspraak dat Matthijs zich te veel achter het autisme verschuilt. Ik denk dan dat men bedoelt dat hij weliswaar autisme heeft maar dat hij daarom wel normaal kan doen. Ik heb het zelf vaak ervaren. Niet dat mensen het tegen je zeggen maar voor zover ik het kan inschatten bedoelen ze het wel.
Dan denk ik: "Jullie snappen er niets van." Of misschien snappen ze het wel maar zijn ze niet bereid er rekening mee te houden. Dat is lastig voor hen. Het is makkelijker te zeggen dat de ander niet meewerkt.
Toen ik geboren werd, was een bepaald gedeelte van mijn hersenen niet ontwikkeld. Waarom verwachten mensen dat ik dat deel wel kan gebruiken als het er niet is? Als je geen benen hebt, kun je toch ook niet lopen!
vrijdag 26 oktober 2012
woensdag 24 oktober 2012
Knittax
Gisteren plaatste Piet een reactie op mijn bericht De borstrok. Hij schreef ook over het opwinden van de wol. Toen moest ik weer aan vroeger denken. Mijn moeder kreeg in de jaren vijftig een breimachine: een Knittax, waar ze zeer mee in haar nopjes was.
Niet gehinderd door enige kennis spraken we over de knittax, met k.

Ik kan me het beeld van een breiende moeder nog goed voor de geest halen. In de huiskamer stond een grote eettafel met stoelen en 2 fauteuils: één libertystoel voor mijn vader en één kleine fauteuil voor mijn moeder. Deze stoelen stonden elk aan één kant van de kachel.
De kinderen zaten altijd rond de tafel. Dan haalde mijn moeder de Knittax tevoorschijn en kon het avontuur beginnen. De breimachine aan een lange kant van de tafel en de kinderen eromheen. Je zag de trui, of wat het ook was, groter en groter worden. Dat gebeurde meestal in de winteravonden onder de treklamp.
Eén avondje en
Eén keer met het handvat naar links of naar rechts en ze had weer een toer klaar. Dus dat was de hele avond: roetsj, roetsj, roetsj.
Dit waren breipatronen uit die tijd:
Niet gehinderd door enige kennis spraken we over de knittax, met k.

Ik kan me het beeld van een breiende moeder nog goed voor de geest halen. In de huiskamer stond een grote eettafel met stoelen en 2 fauteuils: één libertystoel voor mijn vader en één kleine fauteuil voor mijn moeder. Deze stoelen stonden elk aan één kant van de kachel.
De kinderen zaten altijd rond de tafel. Dan haalde mijn moeder de Knittax tevoorschijn en kon het avontuur beginnen. De breimachine aan een lange kant van de tafel en de kinderen eromheen. Je zag de trui, of wat het ook was, groter en groter worden. Dat gebeurde meestal in de winteravonden onder de treklamp.
Eén avondje en
ze had weer een trui gebreid. Het in elkaar zetten kostte bijkans nog meer tijd dan het breien zelf. En met zeven kinderen moesten er heel wat truien gebreid worden.
Eén keer met het handvat naar links of naar rechts en ze had weer een toer klaar. Dus dat was de hele avond: roetsj, roetsj, roetsj.
De wol zat op van die grote kluwens. Voordat mijn moeder kon gaan breien, moesten de kluwens eerst opgewonden worden, en daar waren twee kinderen, in wisselende samenstelling, goed voor.
Wat was je blij als er weer een kluwen opgewonden was, het was een nogal pijnlijke zaak, voortdurend je handen hoog houden. Als je zat te mekkeren, kon je het alleen doen, met de kluwen om de rugleuning van de stoel.Dit waren breipatronen uit die tijd:
dinsdag 23 oktober 2012
ASMR
Vanavond zag ik in DWDD een bizar verschijnsel, ASMR (autonomous sensory meridian response). Mensen maakten zachte geluiden, heel saai, maar ontspannend, vertelden de meisjes bij DWDD. Ik vond het wel intrigerend en ben gaan youtubeën.
Nu ben ik niet zo van de geluiden, dus de meeste filmpjes vond ik maar niets. Maar één sprong eruit. En werkelijk, het gaf me rust ernaar te kijken en te luisteren. Maar dan ook alleen deze ene.
Ook zag ik dat Jan Paul er al eens over geschreven had.
Nu ben ik niet zo van de geluiden, dus de meeste filmpjes vond ik maar niets. Maar één sprong eruit. En werkelijk, het gaf me rust ernaar te kijken en te luisteren. Maar dan ook alleen deze ene.
Ook zag ik dat Jan Paul er al eens over geschreven had.
maandag 22 oktober 2012
Nederland of België?
Hoe goed bent u thuis in de topografie van Nederland en België ? Kunt u van elk van de onderstaande plaatsnamen zeggen of ze zich in Nederland, in België, of in beide landen bevinden?
Aalst
Beek
Berg
Deurne
Essen
Halle
Haren
Hasselt
Heukelom
Heurne
Heusden
Den Hoorn
Hulst
Houthem
Kortrijk
Laar
Mechelen
Nieuwpoort
Oude Kerk
Paal
Putte
Tongeren
Westkapelle
’t Zand
Zevenhuizen
Zwijndrecht
Het antwoord vindt u hier.
/
Het antwoord vindt u hier.
/
vrijdag 19 oktober 2012
Aeltje en Saar
Hier schreef ik over Aeltje en haar man Saar. Aeltje is overleden in 1629. Saar is geboren in 1560. Hoe zou het leven in 1560 zijn geweest voor kinderen?
Het potlood was nog niet uitgevonden, dat gebeurde pas in 1565. Dat was weliswaar de tijd dat ze de leeftijd hadden om te leren lezen en schrijven, maar tussen uitvinding en algemeen gebruik zit uiteraard een lange tijdspanne. Er werd dus alleen nog geschreven met de ganzenpen. Of met lei en griffel.
Maar konden ze überhaupt wel lezen, schrijven en rekenen? Je zou denken van niet.
Toch gingen in de tijd van Saar en Aeltje veel meer kinderen naar school dan later in de 18e eeuw. In die tijd was de school vrij toegankelijk en het schoolbezoek werd door het stadsbestuur aangemoedigd. Elke parochie had in deze tijd minstens één lagere school, waar in de volkstaal het alfabet, de belangrijkste gebeden en het schrift werden onderwezen. Aeltje en Saar leefden wel in de tijd van de Reformatie, ik weet niet of er door de protestanten ook scholen opgericht werden. Dat zal toch haast wel.
Aan het eind van de 16e eeuw reisde de Italiaanse reiziger Ludovico Guicciardini door Europa. In zijn verslag over zijn reis door de Nederlanden schreef hij verbaasd:
'In Holland kan iedereen lezen en schrijven, zelfs de boeren'. Het zal wel niet zo zijn dat echt iedereen kon lezen en schrijven maar het peprcentage analfabeten toentertijd lag onder de 50% en dat zal dan veel minder geweest zijn dan wat hij in Italië gewend was.
De handel was sterk in opkomst en de stedelingen moesten toch wel kunnen lezen en schrijven, en rekenen om goed handel te kunnen drijven.
Maar hoe zat dat nou met Saar en Aeltje? Als er een van de twee schoolgegaan had, was het wel Saar. Hij was een jongen en hij moest eenvoudige berekeningen kunnen maken. Hoeveel bracht een koe op? Wat krijg ik voor mijn melk? En voor de landbouwgewassen? En had hij voor een jaar van misoogst of andere tegenslagen zoals oorlog, wel genoeg reserve opgebouwd? Het schijnt mij toe dat daarvoor eenvoudig rekenen wel noodzakelijk was. Of zou hij op zijn vingers geteld hebben?
En Aeltje dan? Zij was maar een eenvoudige boerendochter. Wat had zij van doen met al die geleerdheid? Vee verzorgen, het land bewerken, het huishouden doen, kinderen grootbrengen, dat was belangrijk. Al het overige was maar nutteloze kennis. En kinderen moesten altijd al jong meewerken op de boerderij. Daar kwam men altijd wel handen te kort. En als er wel genoeg handen waren, werden de kinderen eropuit gestuurd om knecht of meid te worden op een andere boerderij. Dat bracht geld in het laatje. En bovendien was er weer een mond minder te voeden.
Protestanten hadden waarschijnlijk minimaal één boek in huis, de Bijbel, daaruit kon je leren lezen. Hoewel, de Statenbijbel verscheen pas na hun dood. Rooms-katholieken, zoals Saar en Aeltje. hadden geen Bijbel thuis. Dus er was totaal geen noodzaak om te lezen.
Hoe ging dat eigenlijk in zijn werk tijdens een les?
Er waren nog geen speciale schoolgebouwen, dus deed een leegstaande schuur of de kamer of de keuken van de schoolmeester dienst als school. Verlichting en verwarming was er meestal niet.
Er bestonden nog geen klassen, alle kinderen zaten in één ruimte, vaak op de grond of op een krukje. Als je geluk had, zat je aan een tafel. Oudere kinderen hielpen de jongeren. En er werd hardop geleerd. Het zal er dan ook lawaaiig geweest zijn op zo'n schooltje. De kinderen schreven met een ganzenpen, die gedoopt werd in een inktpotje. Ze moesten vooral leren mooi te schrijven. Voor kladwerk werd de lei en griffel gebruikt, want papier en inkt was duur. De schoolspullen werden bewaard in een houten schooltas. Deze deed dienst als opbergkastje en werd ook gebruikt als schrijftafeltje op de knie.
De boekdrukkunst was al wel uitgevonden maar ik neem aan dat kinderen toch niet allemaal een eigen lesboekje hadden. Had de leraar een soort schoolbord tot zijn beschikking waarop hij het schrijven kon voordoen? Of deed hij dat per kind voor op de lei? En waaruit leerden de kinderen lezen? Moesten ze de bijbel van huis meenemen, of hadden ze toch boekjes? Op de afbeelding lijkt het alsof de kinderen al wel kleine boekjes hadden.
Maar hoe dan ook, Aeltje zal dit wel niet meegemaakt hebben, en Saar waarschijnlijk ook niet.
Het potlood was nog niet uitgevonden, dat gebeurde pas in 1565. Dat was weliswaar de tijd dat ze de leeftijd hadden om te leren lezen en schrijven, maar tussen uitvinding en algemeen gebruik zit uiteraard een lange tijdspanne. Er werd dus alleen nog geschreven met de ganzenpen. Of met lei en griffel.
Maar konden ze überhaupt wel lezen, schrijven en rekenen? Je zou denken van niet.
Toch gingen in de tijd van Saar en Aeltje veel meer kinderen naar school dan later in de 18e eeuw. In die tijd was de school vrij toegankelijk en het schoolbezoek werd door het stadsbestuur aangemoedigd. Elke parochie had in deze tijd minstens één lagere school, waar in de volkstaal het alfabet, de belangrijkste gebeden en het schrift werden onderwezen. Aeltje en Saar leefden wel in de tijd van de Reformatie, ik weet niet of er door de protestanten ook scholen opgericht werden. Dat zal toch haast wel.
Aan het eind van de 16e eeuw reisde de Italiaanse reiziger Ludovico Guicciardini door Europa. In zijn verslag over zijn reis door de Nederlanden schreef hij verbaasd:
'In Holland kan iedereen lezen en schrijven, zelfs de boeren'. Het zal wel niet zo zijn dat echt iedereen kon lezen en schrijven maar het peprcentage analfabeten toentertijd lag onder de 50% en dat zal dan veel minder geweest zijn dan wat hij in Italië gewend was.
De handel was sterk in opkomst en de stedelingen moesten toch wel kunnen lezen en schrijven, en rekenen om goed handel te kunnen drijven.
Maar hoe zat dat nou met Saar en Aeltje? Als er een van de twee schoolgegaan had, was het wel Saar. Hij was een jongen en hij moest eenvoudige berekeningen kunnen maken. Hoeveel bracht een koe op? Wat krijg ik voor mijn melk? En voor de landbouwgewassen? En had hij voor een jaar van misoogst of andere tegenslagen zoals oorlog, wel genoeg reserve opgebouwd? Het schijnt mij toe dat daarvoor eenvoudig rekenen wel noodzakelijk was. Of zou hij op zijn vingers geteld hebben?
En Aeltje dan? Zij was maar een eenvoudige boerendochter. Wat had zij van doen met al die geleerdheid? Vee verzorgen, het land bewerken, het huishouden doen, kinderen grootbrengen, dat was belangrijk. Al het overige was maar nutteloze kennis. En kinderen moesten altijd al jong meewerken op de boerderij. Daar kwam men altijd wel handen te kort. En als er wel genoeg handen waren, werden de kinderen eropuit gestuurd om knecht of meid te worden op een andere boerderij. Dat bracht geld in het laatje. En bovendien was er weer een mond minder te voeden.
Protestanten hadden waarschijnlijk minimaal één boek in huis, de Bijbel, daaruit kon je leren lezen. Hoewel, de Statenbijbel verscheen pas na hun dood. Rooms-katholieken, zoals Saar en Aeltje. hadden geen Bijbel thuis. Dus er was totaal geen noodzaak om te lezen.
Hoe ging dat eigenlijk in zijn werk tijdens een les?
Er waren nog geen speciale schoolgebouwen, dus deed een leegstaande schuur of de kamer of de keuken van de schoolmeester dienst als school. Verlichting en verwarming was er meestal niet.
Er bestonden nog geen klassen, alle kinderen zaten in één ruimte, vaak op de grond of op een krukje. Als je geluk had, zat je aan een tafel. Oudere kinderen hielpen de jongeren. En er werd hardop geleerd. Het zal er dan ook lawaaiig geweest zijn op zo'n schooltje. De kinderen schreven met een ganzenpen, die gedoopt werd in een inktpotje. Ze moesten vooral leren mooi te schrijven. Voor kladwerk werd de lei en griffel gebruikt, want papier en inkt was duur. De schoolspullen werden bewaard in een houten schooltas. Deze deed dienst als opbergkastje en werd ook gebruikt als schrijftafeltje op de knie.De boekdrukkunst was al wel uitgevonden maar ik neem aan dat kinderen toch niet allemaal een eigen lesboekje hadden. Had de leraar een soort schoolbord tot zijn beschikking waarop hij het schrijven kon voordoen? Of deed hij dat per kind voor op de lei? En waaruit leerden de kinderen lezen? Moesten ze de bijbel van huis meenemen, of hadden ze toch boekjes? Op de afbeelding lijkt het alsof de kinderen al wel kleine boekjes hadden.
Maar hoe dan ook, Aeltje zal dit wel niet meegemaakt hebben, en Saar waarschijnlijk ook niet.
dinsdag 16 oktober 2012
Boerin Henrieke
Vindt u het ook zo stilletjes geworden bij boerin Henrieke van Boer zoekt Vrouw? Je komt niets van die mannen te weten.
Hier vindt u een geheime opname van een intiem gesprek tussen Henrieke en haar mannen.
Hier vindt u een geheime opname van een intiem gesprek tussen Henrieke en haar mannen.
Lapcat
Telkens als er iemand de poort doorkomt denkt Katootje: "Ha, daar komt weer iemand met een schoot om op te zitten, met een hand om mij te aaien en met vingers om aan te sabbelen."
Katootje is bepaald geen xenofoob. Het maakt haar niet uit of de schoot, de hand of de vinger buitenlands of Nederlands is, man of vrouw, bekend of onbekend.
Ze zit ook graag bij mij op schoot. Als ze maar even ziet dat mijn schoot vrij is, springt ze er al op, nog voordat ik er erg in heb. En 's nachts ligt ze het liefst op mijn rug. Daar ben ik niet blij mee. Dan word je wakker met 4 kilo kat op je rug.
maandag 15 oktober 2012
Het sekreet
Ik kreeg een grappig woordenboekje in handen (ja, van de rommelmarkt): Vreemde-woordenboek, bevattende de vertaling en verklaring van ruim 15000 vreemde woorden, uitdrukkingen en aanhalingen. Het is een boekje uit 1921, bijna honderd jaar oud dus.
Toen ik als mulo-leerling een Engels, Frans of Duits woordenboek kreeg, keek ik altijd eerst of er 'vieze' woorden in stonden. Met 'vieze' woorden bedoel ik woorden die nog taboe waren: de benaming voor de geslachtsdelen en alles wat te maken had met je behoefte doen en seks. Hoe gefrustreerd moet je zijn om dat als eerste op te gaan zoeken. En als er dan wel iets in die geest instond was het gniffelen geblazen.
Ik ging dus nu ook maar op zoek naar 'vieze' woorden.
Er is de eeuwige vraag: zeg je toilet of zeg je wc? Hoe dacht men er 100 jaar geleden over?
In mijn jonge jaren zei men vaak plee. Maar dat woord mochten wij thuis niet gebruiken. Het was schuttingtaal. Ook dat woord staat niet in mijn boekje. Toch ook weer een woord van niet-Nederlandse herkomst. Zie hier.
Raar vind ik de omschrijving bestekamer.
Vreemd dat al die woorden van buitenlandse afkomst zijn en dat er geen Nederlandse woorden voor zijn. Ik bedoel, je ontlasten is toch iets van alle tijden. In mijn jeugd hoorde ik nog wel eens het woord waterplaats. Het lijkt me geen plaats om de grote boodschap te doen. Maar toentertijd werd er buiten het gezin niet openlijk gesproken over de wc. Dat was taboe. Als je ergens anders dan thuis naar de wc moest, keek je eerst in de gang of je het zelf kon vinden en anders zei je stilletjes tegen de gastvrouw dat je nodig moest en waar je dan moest zijn.
Ook maar even gekeken in het van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands.
We vinden in de van Dale (van met kleine letter!) wel oorspronkelijke Nederlandse woorden voor wc. Vroeger mocht men dus wel het beestje bij de naam noemen maar later moet er een eufemisme voor in de plaats komen, en is dat eufemisme weer te gewoon geworden, dan moet er een nieuw eufemisme komen. Gelukkig gaan we nog niet zover als de Engelsen met hun lavatory (Latijn: lavatorium: wasplaats) of de Amerikanen met hun preutse bathroom.
Tegenwoordig wil graag iedere vrouw (ik ook) een inloopkamer, een ruimte waar al je kleding, accessoires, schoenen e.d. overzichtelijk hangen en liggen. Men noemt het dan op zijn Engels walk-in closet, afgekort is het dus ook wc.
Tot 1965 waren wij thuis nog niet aangesloten op de riolering. We hadden dus nog een ouderwetse poepdoos. Een gat in de vloer met een houten beschot eroverheen. De uitwerpselen gingen via een buis naar de beerput. Daar ging elke herfst een grote hoeveelheid bladeren overheen en het volgend voorjaar was het weer mest voor de tuin. Later kregen wij een heuse wc, een poepdoos met waterspoeling.
Ooit was ik op een boerderij in Noorwegen te gast. Daar had men geen wc in huis maar wel een poepdoos in de stal. Om daar te komen moest je buitenom, dag of nacht, zomer of winter. Maar het bijzondere van die poepdoos was dat er twee gaten in zaten, kon je gezellig samen kletsend je behoefte doen.
Hoe je het ook noemt, iedereen weet wat je er gaat doen. . Ik hou het maar bij sekreet (moderne spelling: secreet).
Toen ik als mulo-leerling een Engels, Frans of Duits woordenboek kreeg, keek ik altijd eerst of er 'vieze' woorden in stonden. Met 'vieze' woorden bedoel ik woorden die nog taboe waren: de benaming voor de geslachtsdelen en alles wat te maken had met je behoefte doen en seks. Hoe gefrustreerd moet je zijn om dat als eerste op te gaan zoeken. En als er dan wel iets in die geest instond was het gniffelen geblazen.
Ik ging dus nu ook maar op zoek naar 'vieze' woorden.
Er is de eeuwige vraag: zeg je toilet of zeg je wc? Hoe dacht men er 100 jaar geleden over?
- toilet: kapsel, sieraad opschik
- wc: (men schreef het nog als W.C.): watercloset, privaat met waterspoeling
- closet: omsluiting; kabinet, bestekamer
- privaat: sekreet, bestekamer
In mijn jonge jaren zei men vaak plee. Maar dat woord mochten wij thuis niet gebruiken. Het was schuttingtaal. Ook dat woord staat niet in mijn boekje. Toch ook weer een woord van niet-Nederlandse herkomst. Zie hier.
Raar vind ik de omschrijving bestekamer.
Vreemd dat al die woorden van buitenlandse afkomst zijn en dat er geen Nederlandse woorden voor zijn. Ik bedoel, je ontlasten is toch iets van alle tijden. In mijn jeugd hoorde ik nog wel eens het woord waterplaats. Het lijkt me geen plaats om de grote boodschap te doen. Maar toentertijd werd er buiten het gezin niet openlijk gesproken over de wc. Dat was taboe. Als je ergens anders dan thuis naar de wc moest, keek je eerst in de gang of je het zelf kon vinden en anders zei je stilletjes tegen de gastvrouw dat je nodig moest en waar je dan moest zijn.
Ook maar even gekeken in het van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands.
- plee: (inf.) toilet
- toilet: ruimte waar men zijn behoefte kan doen, synoniem: bestekamer, closet, doos, een zekere plaats, gemak. het kleinste kamertje, kakdoos, nummer honderd, plee , poepdoos, retirade, schijthuis, secreet, wc, maar ook: kleding waarin een vrouw zich bij een bepaalde gelegenheid vertoont.
- toilet maken: zich netjes kleden, kappen en opmaken
- waterplaats: plaats waar men kan urineren
- wc: toilet
- privaat: (arch.) toilet
We vinden in de van Dale (van met kleine letter!) wel oorspronkelijke Nederlandse woorden voor wc. Vroeger mocht men dus wel het beestje bij de naam noemen maar later moet er een eufemisme voor in de plaats komen, en is dat eufemisme weer te gewoon geworden, dan moet er een nieuw eufemisme komen. Gelukkig gaan we nog niet zover als de Engelsen met hun lavatory (Latijn: lavatorium: wasplaats) of de Amerikanen met hun preutse bathroom.
Tegenwoordig wil graag iedere vrouw (ik ook) een inloopkamer, een ruimte waar al je kleding, accessoires, schoenen e.d. overzichtelijk hangen en liggen. Men noemt het dan op zijn Engels walk-in closet, afgekort is het dus ook wc.
Tot 1965 waren wij thuis nog niet aangesloten op de riolering. We hadden dus nog een ouderwetse poepdoos. Een gat in de vloer met een houten beschot eroverheen. De uitwerpselen gingen via een buis naar de beerput. Daar ging elke herfst een grote hoeveelheid bladeren overheen en het volgend voorjaar was het weer mest voor de tuin. Later kregen wij een heuse wc, een poepdoos met waterspoeling.
Ooit was ik op een boerderij in Noorwegen te gast. Daar had men geen wc in huis maar wel een poepdoos in de stal. Om daar te komen moest je buitenom, dag of nacht, zomer of winter. Maar het bijzondere van die poepdoos was dat er twee gaten in zaten, kon je gezellig samen kletsend je behoefte doen.
Hoe je het ook noemt, iedereen weet wat je er gaat doen. . Ik hou het maar bij sekreet (moderne spelling: secreet).
Abonneren op:
Posts (Atom)










