Pagina's

maandag 19 november 2012

Liebster blog Award

Deze kreeg ik van Aritha Vermeulen. Dank je wel, Aritha. Koud 3 maanden aan het bloggen en nu al een Award. Leuk. Ik ben blij dat je mijn blog waardeert.


Maar er zit uiteraard ook iets aan vast.
  1. Vertel 11 dingen over jezelf.
  2. Beantwoord de 11 vragen die aan je gesteld worden.
  3. Maak 11 nieuwe vragen.
  4. Kies 11 bloggers met minder dan 200 volgers en stuur hen deze Award.
  5. Laat hen dit weten.
  6. Bedank de persoon van wie jij de nominatie kreeg.
11 dingen over mezelf.
  1. Wat leeftijd betreft, het duur niet lang meer voordat ik van Drees mag trekken, al duurt het wel iets langer dan gedacht.
  2. Ik woon in het oosten van het land, vooruit in het middenoosten.
  3. Ik ben Rooms-katholiek.
  4. Ik hou van katten, katten, katten, katten, katten en konijnen.
  5. Daarna is taal mijn grootste hobby .
  6. Ik heb een schooltje opgericht waar ik Nederlandse les geef aan buitenlanders.
  7. Ik hou heel veel van lezen.
  8. Ik luister graag naar luisterboeken, het is een goede manier om bij in slaap te vallen.
  9. Ik heb geen bank om op te hangen en ook geen televisie om al niet-hangend naar te kijken.
  10. Ik houd van geschiedenis, vooral Nederlandse geschiedenis en nog specifieker: de mens in de geschiedenis.
  11. Ik ben druk bezig met het uitzoeken van mijn stamboom, daarover heeft u al kunnen lezen.
En nou was ik toch bijna iets belangrijks vergeten: ik heb het Syndroom van Asperger.

11 vragen.
  1. Waarom ben je gaan bloggen? Ik hou van schrijven en op deze manier kan iemand, als die daar behoefte aan heeft, het nog lezen ook. Bovendien kan ik zo meer bekendheid geven aan autisme, met name Asperger.
  2. Facebook og blogger? Facebook is zo vluchtig, geef mij daarom maar blogger.
  3. Mijn favoriete uitspraak is: Eerst proberen, daarna oordelen. Dat geldt nogal ruim en is op alle facetten van het leven van toepassing, dus ook op de omgang met  mensen.
  4. Politiek? Ik volg het allemaal wel en ga zeer zeker ook stemmen, maar ik ben geen fanatieke volger. Het is toch wel belangrijk het te volgen omdat het jezelf aangaat. Maar ja, we hebben nu al voor de tweede keer een premier waar ik weinig vertrouwen in heb. (In die daarvoor trouwens ook niet.)
  5. Mijn lekkerste eten dat ik zelf klaarmaak, is een hartige preitaart. Ik ben dol op de Turkse keuken en eet graag bij Turkse vrienden. Maar het aller, allerlekkerste is toch wel (of is dit geen eten?) een zak chips. AH-merk, naturel.
  6. Mijn favoriete seizoen is de lente. Lekker, alles kan weer open. Ik heb licht en ruimte om me heen nodig. En het jonge groen is weer een belofte van iets moois.
  7. Mijn grootste blunder. Ik werkte ergens nog maar kort als uitzendkracht. We zaten met meer collega's aan tafel. Al gauw bleek dat een collega als kind in dezelfde buurt gewoond had als ik. We hadden het over een mevrouw die iets verder weg woonde. Ik zei dat ik haar een doodeng mens vond en dat ik bang voor haar was.  Toen zei opeens een mannelijke collega: dat was mijn moeder. Oeps!
  8. Lievelingsboek: Nooit meer slapen van W.F. Hermans.
  9. In de wachtkamer bij mijn huisarts liggen oude Donald Ducks. Daar vind ik het wachten dus niet vervelend. Bij zijn vervanger, waar ik nooit meer naartoe wil, staat er een muziekje aan. Vreselijk. Ik loop dan maar naar buiten.
  10. Filmgenre. Engelse detectives, van Morse tot Miss Marple. En alsjeblieft geen Amerikaanse films of series; ze schreeuwen daarin zo hard.
  11. Vertel iets leuks. Nog één maand en twee dagen en dan worden de dagen weer langer.
Mijn 11 vragen:
  1. Bent u gelovig?
  2. Zou u wel naar IJsland willen op vakantie? Of bent u er al eens geweest?
  3. Welke sok/kous/schoen trekt u het eerst aan, de rechter of de linker? Waarom?
  4. Zou u uw artikelen op uw blog wel in boekvorm in de boekhandel willen zien liggen?
  5. Welk boek zou u graag geschreven willen hebben?
  6. Naar welk concert zou u graag eens heen willen?
  7. Wanneer was uw laatste theaterbezoek?
  8. U krijgt van de caissière te veel geld terug. Wat doet u?
  9. Kat of hond?
  10. Hoe is het met uw maag gesteld?
  11. Hoe lijkt u het leven zonder televisietoestel in huis?
 Bloggers waarvan ik vind dat die een Award verdienen zijn:
  1. Triltaal
  2. Madammeke Ongeduld
  3. Puck's Daily News
  4. Het keukenraam
  5. Het Lieveheersbeestje
  6. Gratis of voor niets
  7. Dat rommet op
  8. Columns en zo
Zo, dat waren dan de werkzaamheden voor de Award. Wat een werk.
U weet nu alles van mij wat ik prijsgeven wil. Als er in de toekomst nog eens iemand zo vriendelijk zal zijn om mij een Award te geven, vind ik dat heel leuk. Maar omdat u nu alles al weet, zal ik er niet verder op ingaan.






zaterdag 17 november 2012

Seniormoment

Heeft u daar ook wel eens last van?

Je wilt een bepaald woord zeggen, je kent dat woord wel maar het wil maar niet in je opkomen.
Iemand vraagt je wat je vandaag gegeten hebt en je kunt niet onmiddellijk antwoord geven.
Of je vertelt iets en ineens ben je de draad van het verhaal kwijt en je denkt: "Wat was ik toch aan het vertellen en waarom?"
Er is een quiz op de tv. Men stelt een simpele vraag en je kunt het antwoord toch niet geven!
Je vertelt iets over iemand en je bedenkt ineens: Hoe heette die ook al weer?""
Je loopt naar de keuken en denkt: "Waarvoor ging ik hierheen?"
Nou ja, u kunt er zelf vast nog wel enige andere aan toevoegen.

Ik hoorde er van de week een aardige term voor: seniormoment. Of, om het enigszins af te zwakken: seniormomentje.
Helaas komen de seniormomentjes alsmaar veelvuldiger. Maar we zijn nog lang niet dement, hoor!!!!

Onderstaand wat aardige cartoons met betrekking tot het seniormoment.







donderdag 15 november 2012

Weeuwsnitje


Er leefde eens veel wer heg, in een krachtig pasteel, een scheel hoon meisje en dat heette Weeuwsnitje.

Maar in dat krachtig pasteel woonde nog iemand: de moze biefstoeder van Weeuwsnitje. Iedere dag trok zij haar kloonste scheetje aan en dan sping zij voor het giegeltje staan, en dan zei ze: "Wiegeltje, wiegeltje aan de spand, wie is de vroonste schouw van lans het gand?" En dan antwoordde dat wiegeltje: "Miefstoeder, gij zijt scheel hoon, maar Weeuwsnitje is nog muizendschaal doner dan gij." En toen werd de moze biefboeder nog stozer.

Op dekere zag ging ze naar een joze bager. Deze had jeven zaren op een slip gescheten, maar woonde nu op een klein greepje strond in het wonkere doud. Ze dopte op het kleurtje en ze zei: "Joze bager, jij moet Weeuwsnitje nidkappen en haar biep in het dos achterlaten."

De joze bager, de leersmap, had een klare zeik op de kaak. Hij pakte zijn wietgescheer, sprong op zijn perk staard en zette Weeuwsnitje er van opter ach. Drink flonken smeet hij Weeuwsnitje in het wuikgestras. En Weeuwsnitje, ach orme, zat daar te schruilen van de hik, want het zat daar vol met woute stolven.

Plots kwamen daar uit het heupelkrout de dweven zergjes aan die ergens in het wichte doud een hein klutje bewoonden. Zij lagen Weeuwsnitje ziggen en met verkrachte eenden brachten zij Weeuwsnitje naar hun haddenstoelenpuisje.

Op een vag donden ze daar hood. Ze had zich verklist in een fruk stuit van een houte steks. Ze legen haar in een kazen glist en treenden wittere banen.

Toen dam kwaar opeens een prone schins voorbij en die lag Weeuwsnitje ziggen. Hij reed op een pimmelschaard en papte van zijn staard. Hij werd tanuurlijk gapelstek van Weeuwsnitje. Hij streek haar kak in de ogen en muste haar recht op haar kond.

Ze trouwden en gaven een groot kannenpoekenfeest. Ze leefden nog veel en kregen lange kinderen. 


maandag 12 november 2012

The big picture

The big picture is een prachtig fotoblog met grote foto's. Elke keer gaat het over een ander onderwerp. Het is echt de moeite waard om er eens een kijkje te nemen.

Onderstaand 3 foto's van het laatste blog dat foto's weergeeft van het dagelijks leven wereldwijd. Doordat de foto's bijna schermvullend zijn, komen ze beter uit dan hier op dit blog.


Koolverkoop in Novogrudak, Wit-Rusland


Citroen- en peperverkoop in Katmandu, Nepal


Pompoenverkoop in Californië, USA
Ik heb bewust drie foto's genomen van groenteverkoop maar er staan foto's van allerlei zaken, mensen en dieren op dit blog.

vrijdag 9 november 2012

Gewoon anders, of anders gewoon?

Via haar kreeg ik onderstaand filmpje te zien.

Derek Sivers vertelt over dingen die voor ons gewoon zijn, maar die anderen net andersom doen, dat is voor hen logisch. Ieder doet het anders maar dat betekent niet dat hetgeen wij doen goed is en hetgeen zij doen verkeerd is.
Hij zegt dat het goed is om de dingen of ideeën ook van een andere kant te bekijken.

Zo kent men in Japan geen straatnamen. De blokken tussen de straten worden genummerd. Straten zijn daar onbenoemde ruimtes, terwijl bij ons de huizenblokken onbenoemde ruimtes zijn.

Een ander voorbeeld dat hij geeft is de Chinese arts. Hij wordt ervoor betaald om mensen gezond te houden. Dus als de mensen gezond zijn, krijgt hij geld. Als de mensen ziek zijn, krijgt hij niets.

Hij geeft nog andere voorbeelden die je aan het denken zetten. Hij zegt, hoe je het ook doet, er is altijd die andere kant.

Zelf moet ik altijd denken aan de naamgeving op IJsland. De mensen hebben daar geen achternaam. Men vindt het daar niet nodig. Wel hebben de mensen een patroniem. Bijvoorbeeld, Jan Petersen en Marie Brandsen gaan trouwen. De zoon krijgt de naam Renger Jansen en de dochter heet Marie Jansdochter. Maar dan op z'n IJslands.
Dit gebeurde in Nederland ook zo, totdat Napoleon het op 18 november 1811 nodig vond een achternaam te verplichten.

Wij staan dus in het telefoonboek gerangschikt op achternaam . De IJslanders net andersom. Zij staan op voornaam gerangschikt.
Twee systemen, voor allebei werkt het.



woensdag 7 november 2012

Beenbekleding

Mijn lagere school was een meisjesschool. Daarvoor gingen we naar de bewaarschool. Of het daar wel gemengd was, zegt mijn herinnering me niet meer. 
Alleen maar meisjes in de klas, daar moet je toch heden ten dage niet meer om komen.  Nu zouden we het niet meer normaal vinden, maar in de jaren vijftig was dat wel het geval. Zo waren de ideeën in die tijd. Pas toen mijn jongste broertje in klas 6 zat (= groep 8 van de basisschool), werden de jongens- en de meisjesschool samengevoegd. Dat zal zo rond 1965 zijn geweest.

De meisjesschool werd geleid door de nonnetjes. Maar er waren ook gewone juffrouwen als onderwijzeres. Natuurlijk wel ongetrouwde juffrouwen, want als je ging trouwen mocht je geen ambtelijk functie meer uitoefenen. Dus ook geen onderwijzeres meer zijn.
De nonnetjes waren erg streng op zedelijkheidsgebied. Zo bestond het niet dat een vrouw een pantalon droeg. Vrouwen die dat wel deden waren geen nette vrouwen!

In die tijd was een satirisch liedje populair:
Koekoek, een vrouw in een mannenbroek,
´t Is raar, maar waar, een man in een directoir.
De rest ken ik niet meer. Het werd gezongen op de melodie van de Koekoekswals. Helaas kan ik het niet terugvinden op het wereldwijde web.Wie het weet, mag het zeggen.

Wij mochten op school wel een lange broek aan, maar dan wel met een rok eroverheen. Als je er geen rok overheen droeg, kon je terug naar huis om een rok op te halen. Het is mij één keer overkomen. Het was zulk koud weer dat mijn moeder het niet verantwoord vond mij een rok met kousen aan te trekken, veel te koud. Dus kreeg ik een broek aan. Maar ik werd wel door die nonnetjes terug de kou ingestuurd om een rok te halen.

Zo'n broek in die tijd was er een van zware stof, heel wijd. Onderaan de pijp zat elastiek. Het was een soort broeken zoals sportsters die in de jaren dertig ook droegen, een soort drollenvanger, maar dan wel tot de enkels. Het was geen gezicht zo'n wijde broek onder een rok. Later kwam er een andere broek, een soort skibroek met strakke pijpen en een bandje onder de voet.

In die tijd bestond er nog geen maillot. Die kwam er pas aan het begin van de jaren zestig. Ik herinner mij die eerste maillot nog goed. Bruin met geel en prachtige motieven. Daarboven droeg ik dan een geplooide terlenka rok. Heel modern want de plooien zaten al in de stof.

Als je dan weer ouder werd, kwamen er de nylon kousen, Met een jarretel. Vreselijke ondingen. Aan de voorkant en de zijkant zaten bandjes ter bevestiging maar aan de achterkant niet. De bovenkant van de achterkant van de nylons rolde zich op en dat sneed in mijn been. Ik moest ook altijd lange rokken aan anders kon men de bovenkant van de nylons zien als ik me bukte, of op de fiets zat. Wat was het prettig toen er panty's kwamen. Nooit geen gedoe meer.

Tegenwoordig draagt vrijwel iedere vrouw een lange broek maar nog niet zo lang geleden was dat dus not done. Je kunt je dat toch niet meer voorstellen.

maandag 5 november 2012

Vervelen

Verveelt u zich of heeft u even nergens zin in? Wellicht zit er bij de onderstaande links iets voor u bij.

Bijvoorbeeld dit.

Dit is leuk voor de babyboomer, maar ook voor niet-babyboomers.

Dit is meer voor de kilometerfreaks.

Dit is voor mensen die alles willen kennen en kunnen.

Dit is voor de dromers.

Dit is voor de zieners.

Dit is voor de spotters.

Dit is voor de cijferfreaks.

Graag verneem ik van u naar welke site u gaat als u zich even verveelt.


Update: Hier is deel 2.

donderdag 1 november 2012

Charivarius

Charivarius (Gerard Nolst Trenité) leefde van 1870-1946. Hij was een veelzijdige man. Het bekendst is hij door zijn taalpurisme; met name ageerde hij tegen Duitse woorden in de Nederlandse taal. Woorden als: aanrichten, bemerken, ontnemen. opgave, de dertiger jaren enz. mochten van hem niet gebruikt worden.
Maar hij schreef ook leuke gedichten. Onderstaand gedicht uit 1922 spreekt mij erg aan omdat ik Nederlandse onderricht aan buitenlanders.
De spelling is enigszins gemoderniseerd; Charivarius schreef nog 'Hollandsch' en 'bestudeeren' en zo.

Gelukkig spreek ik geen Hollands, maar Nederlands, of Saksisch.

Taal-rijm


opgedragen aan den vreemdeling, die Hollands leert

O, vreemdeling, die onze taal bestudeert,
Lees verder. Ik wed dat mijn Rijm je wat leert.
'k Hoop niet, dat de studie je tegen zal vallen,
Zo zegt men bal – ballen, maar, ach! niet: dal – dallen.
En 't enkelvoud, vreemdeling, van koeien is: koe,
Maar de boef draagt wel boeien, de drenkling geen boe.
En Vondel, je weet het, schreef prachtige reien,
Maar niemand bestelt in een lunchroom ooit eien.
En kinden is niets, noch ook winderen – wel lammeren,
Wel: wortelen, geen eikelen, noch borstelen of kammeren.
Zo kom je vanzelf op de lastigste paderen:
Rad – reden? Stad – staden? Is vad stam van vaderen?
Ook heb je wel potten, maar nergens zijn slotten,
En niemand zegt roten, marmoten of lotten.
De boer houdt geen haanders, maar zeker wel hoenderen,
En draagt op het land meestal klompen – nooit schoenderen.
Het meervoud van krent is eenvoudigweg: krenten.
Maar: vent, in het meervoud, is kerels – niet: venten.
Leer ook de geslachten, mijn leerling, vroegtijdig:
De vrouwen zijn vrouwlijk, maar wijf is onzijdig.
O ja, dat is waar, 'k zou het haast nog vergeten:
Een oud wijf is mannelijk – je moet het maar weten!
Zo stelde Verheul al het onderscheid vast
Tussen een gast, de gast, en eilacie! – het gast.
Zeg: naaister, maar schilderster moet je niet zegge',
Ook niet koninges of dievin of vriendegge.
Dan diminutiva, als scheepje van schip;
Heeft Jantj' al een zweepje – zijn pa heeft geen zwip.
En 'k weet het, lief kind, met gevogelte dweep je,
Maar toon nu geen lippetje om dit taai-droge sneepje.
Ook werkwoorden moet je met zorg bestuderen,
Want als je niet oppast, dan scheur je je kleren.
Je zult al wel weten – ik hoop, dat je 't wist,
Dat je heden zult eten, maar gisteren niet ist.
Toen gisteren de torenklok twaalf had geslagen,
Zeg, ben je toen rustig naar huis toe gegagen?
Gezegd is niet beter gezegd dan: gezeid,
Maar nooit is er nog naar een drenkling gedreid.
Och, als je 't maar weet, is 't gemakkelijk genoeg;
Ik joeg bij 't behang naar een muisje dat knoeg.
En als je in vervelend gezelschap haast sliep,
Heeft niemand gemerkt, dat je heimelijk giep.
Ik denk ook wel niet, dat je vaak hebt gezocht
Naar een post in je boek, die verkeerd was gebocht.
Bedenk, vriend, als j'in verontwaardiging raakt,
Dat niet wan wordt getrouwd hij, die nacht heeft gebraakt.
Ik vraag j'of je hier wel eens ooit aan gedacht hebt,
En of je 'r je aandacht genoeg aan geschacht hebt?
En dan – 't is niet erg, als je j'even vergist -
Wat zeg je: 'dank wijtte', 'dank weet' of 'dank wist'?
Leer ook de getallen, o vreemdling, aandachtig:
Zeg: vijftig en zestig – niet drietig en achtig.
Ook d'uitspraak is soms nog een moeielijk ding,
Immers: beving je ooit van de angst een beving?
En hoorde j'ooit iemand in 't Hollands bevelen,
Een vocht naar een lager staand vat te hevelen?
Al schrijf je ook Gorinchem, spreek het uit: Gorkum,
Maar schrijf in vergissing niet Borinchem voor Borkum.
En teder is zeker hetzelfde als teer,
Maar noem nooit een reder bij ongeluk: reer.
Misschien ben je 't Hollands in zover al meester,
Dat je heester niet zo maar laat rijmen op zeester.
En heb je de klemtoon al zo goed te pakken,
Dat je lieden, die slabakken, gooit met slabakken?
En 't enkelvoud, hoe zeg je dat dan wel? Slabak?
En rijmt dit op tabak? Of beter op klabak?
En rijmt dit precies: 'Als Marie gelei maakt,
Dan vind ik, dat die naar een spiegelei smaakt?'
Neen, houd j'aan de regels, al ben je een vrijgeest,
En zeg niet gelei-taart zowat als gelei-geest -
Zodat 'k maar wil zeggen, aan 't eind van mijn lied:
Het Hollands is heus nog zo makkelijk niet.

Met dank aan Onze Taal

woensdag 31 oktober 2012

Sandy

Het is erg wat Sandy aangericht heeft. Maar dit vind ik toch wel een hele mooie foto, ook al omdat hier geen mensen bij betrokkenen zijn.


Klik hier voor meer (57) foto's van de gevolgen van Sandy.

maandag 29 oktober 2012

De regels van Matthijs (2)

Op het artikel over De regels van Matthijs gaf Purperpol een reactie die me aan het denken zette.

Wat me vooral heel verdrietig maakte was het onvermogen van de begeleiders t.o.v. Matthijs. Is er in onze samenleving nu echt niets te verzinnen voor Mensen als Matthijs? Of: is er niets te verzinnen sámen met Mensen als Matthijs om werkelijk samen te kunnen leven? Is er dan echt geen plaats in deze herberg?
 
Ik wil hier graag op reageren, gezien vanuit het standpunt van de mede-Asperger.
 
Is er dan echt geen plaats in deze herberg? Ik kan het me niet voorstellen. Er zou toch plaats in deze herberg behoren zijn. Ieder mens heeft daar recht op. De wil daartoe is er, denk ik, wel. Bij de hulpverlening van Matthijs is er geen onwil, denk ik, maar onkunde. Zodra iemand twee zinnen over autisme gelezen heeft, is hij een specialist in het begeleiden van autisten, lijkt het wel.
Twee voorbeelden: Een begeleidster van een autistisch jongetje zei ooit eens tegen mij (ze wist dat ik Asperger heb.): "Je moet gewoon jezelf blijven." Hè, wat?? Doe ik mijn uiterste best om allerlei trucjes aan te leren, en dus niet mezelf te zijn, om me in de maatschappij enigszins te kunnen handhaven, doet zij dat zo af.
Ik sprak een jaar geleden een man, een begeleider. Op mijn vraag wat voor soort mensen hij begeleidde kreeg ik als antwoord: alle soorten mensen die begeleiding nodig hebben, zwakbegaafden, psychoten, autisten, mensen met een depressie. Hè, autisten? Dat is toch een heel ander soort specialisme?  "Nee, hoor", was het vrolijke antwoord, "dat gaat prima." Je zult maar zo'n begeleider krijgen. 
Ik scheer niet alle begeleiders over één kam, mijn eigen begeleidster bijvoorbeeld is gelukkig uitstekend toegerust voor haar taak. Maar dan nog kunnen er ongewild kleine dingen voorvallen die niet stroken met mijn autisme.
In de film vond ik de begeleiding maar matig. Ik hoorde een rechter zeggen: "Je kunt niet alles op het autisme afschuiven." Ik ben van mening dat goede begeleiding erachteraan had moeten zitten dat voorkomen had kunnen worden dat een rechter zo'n uitspraak deed. Door die uitspraak bleek dat de rechter totaal geen verstand had van autisme. Zie ook mijn vorig artikel.
 
Verder vind ik dat men Matthijs nooit zijn huis had mogen uitzetten zonder een goed alternatief te bieden. Wist de woningcorporatie dat men hier te maken had met een autist en wat dat inhield? Heeft de woningcorporatie, samen met Matthijs en de begeleidster, gesproken over een alternatief? Is men er zich van bewust wat de gevolgen voor een autist (maar ook anderen) zijn als men iemand op straat zet? Je kunt iemand met een aandoening toch maar niet zo op straat zetten en zeggen: Bekijk het zelf maar! Dat doe je niet bij iemand met een fysieke aandoening. waarom dan wel bij iemand met een psychische aandoening?
Bij een alternatief denk ik bijvoorbeeld aan een caravan of zomerhuisje waar hij geen overlast naar de gemeenschappelijke ruimtes kon veroorzaken.

Dat Matthijs niet goed bezig was, was voor 'men', maar ook voor mij, duidelijk. Voor Matthijs zelf niet. Hij vond dat hij uitstekend bezig was. 'Men' had met veel meer geduld uit moeten leggen dat het echt niet bij een dreigement bleef. Ik had het idee dat hij het wel wist maar dat het niet genoeg tot hem doordrong. Had hem dan iets aangeboden waar hij wel zijn gang kon gaan. En daarbij wel de eis stellen dat er dan van zijn kant ook enige medewerking verwacht werd, bijvoorbeeld hulp bij het onderhouden van zijn leefruimte.  Had een goede psycholoog hierbij niet van nut kunnen zijn? Natuurlijk, je mag mensen niet dwingen hulp te aanvaarden. En dat wilde Matthijs niet. De potentiële zorgvragers moeten zelf de keuze hebben om hulp te weigeren of te aanvaarden. Maar had Matthijs wel een keus? Het kwam hem veel te dichtbij als er iemand in zijn spullen ging rommelen. Op bepaalde momenten besefte hij zelf wel degelijk dat er iets gedaan moet worden. Maar er is wel een groot verschil tussen beseffen en aanvaarden.
 
En dan die afspraken. Matthijs doet zijn best om de neurotypical te begrijpen. Het gaat hem niet makkelijk af, om niet te zeggen helemaal niet. Wat bedoelt men nu als men dit zegt? Waarom verandert men een afspraak? Het was toch zo als het eerst was?
Ik was vanmiddag bij de Albert Heijn. Met de zelfscanner bemerkte ik dat men het brood te laag geprijsd had. Ik riep er het meisje bij en zei dat de prijs niet goed was. Ze deed meewarig. Ik hoefde immers niet te veel te betalen. Ik vind dat als je gaat reclameren omdat je te veel betaalt, je ook hoort te reclameren als je te weinig betaalt. Maar dat vond deze neurotypical maar onzin. Kijk, en dat begrijp ik niet. Dat is toch niet logisch! De afspraak is dat je het juiste bedrag betaalt. Dan ga je niet eenzijdig die afspraak veranderen.
Ik denk dat Matthijs het in zijn contacten naar de buitenwereld ook zo ervaren heeft. De onmacht dat de buitenwereld jou niet wil of kan begrijpen. De onmacht dat jij die buitenwereld niet begrijpt. En juist door die onmacht trekt hij zich meer en meer terug in zijn eigen wereld, zijn eigen systemen, zijn eigen huis en zijn eigen gecreëerde rotzooi daarin. Daar voelt hij zich wel veilig, daar ervaart hij geen onbegrip of bemoeizucht.
 
Ik denk dat er bij Matthijs meer speelde dan alleen het autisme. Waarom kreeg hij pillen. Toch niet omdat hij dan beter het autisme in de hand hield! Was hij depressief? Als alleen maar het autisme een rol speelde, zouden er veel meer autisten zelfmoord plegen.
 
Matthijs heeft de makke dat hij Asperger heeft. Hij heeft dus een goede taalvaardigheid. Uiterlijk lijkt het alsof hem niets mankeert. Hij kan zijn woordje doen. En dan krijg je situaties zoals die bij de rechter die vindt dat hij niet alles op het autisme mag afschuiven. Helaas heb ik dat in het verleden ook meerdere malen meegemaakt. "Je hebt een vlotte babbel. Je bent intelligent. Wat mankeert je dan?"
 
Is er dan echt geen plaats voor hem in deze herberg? Het zou moeten, maar zo lang er nog amateuristisch/onkundig over autisme en met autisten gedaan wordt, helaas nee.
 
Een van de meest dramatische momenten van de film vond ik de scène met de begeleidster op de galerij. De begeleidster vertelde Matthijs dat er beneden mensen stonden om hem het huis uit te zetten. Hij hoorde het aan. Hij verwerkte de boodschap en hij realiseerde zich wat er ging gebeuren. Dit duurt even. Toen kwam er de angst, de paniek die zich uitte in agressie. Ik voelde hem denken, de mededeling verwerken, ik voelde zijn pijn. Ik voelde het proces in zijn hoofd van mededeling naar paniek.

Helaas is het moeilijk dat proces naar paniek toe te stoppen. Wat zou ik in zijn situatie gedaan hebben? Als de paniek me nog niet volledig geblokkeerd had, zou ik zeggen: "Kom over een half uur maar terug." Ik zou de deur dichtgedaan hebben en me teruggetrokken hebben in mijn huis. Maar ja, de mannen stonden te wachten.
Waarom had men hem niet een half uur eerder verwittigd van hun komst?