Het is een hele tijd geleden dat ik voor het laatst een artikel voor mijn blog gemaakt heb. De klad is erin gekomen en het is moeilijk om de klad er dan weer uit te krijgen. Dan vraag ik me af waarover ik dan weer moet schrijven. Dankzij Plato kwam ik op het idee om over de scootmobiel en de houding van de gemeente te gaan schrijven,
"Goedemorgen, met mevrouw Huppeldepup van de gemeente."
"Goedemorgen, u spreekt met Greet de Wit. Ik wil een scootmobiel aanvragen."
"Kunt u zelf uw boodschappen doen?" "Ja, maar ..."
"Kunt u met het openbaar vervoer reizen?" "Ja, maar ..."
"Dan heeft u geen scootmobiel nodig. Als u eens een keertje een scootmobiel wilt gebruiken, dan verwijs ik u naar de scootmobielpool. Goedemorgen."
Daar sta je dan. Mevrouw Huppeldepup wil helemaal niet horen dat het erg moeilijk is die 200 meter naar Albert Heijn te lopen, dat ik dat alleen maar kan met de rollator, dat ik halverwege een keer moet rusten, en dat ik, als ik weer thuis ben, doodop ben en niets meer doen kan.
Mevrouw Huppeldepup wil helemaal niet horen hoe ik met het openbaar vervoer reis en wat mijn beperkingen daarbij zijn. Ze wil niet horen dat ik met de fiets naar de halte moet omdat het te ver lopen is, dat ik zonder de steun van de rollator met de bus mee moet en dat ik dan, als ik uit de bus stap, nog geen 50 meter kan lopen zonder rollator. Dat ik dan alleen naar het ziekenhuis kan met de bus omdat die daar voor de deur stopt. Dat ik dan wel in het ziekenhuis ben, maar dat het dan nog een pijnlijke en moeizame zaak wordt om door al die gangen te lopen. Dat ik wel naar de stad kan met de bus, maar daar verder niets meer kan doen. Nee, dat wil ze niet horen.
Mevrouw Huppeldepup vindt dat mevrouw De Wit misschien eens in de maand een scootmobiel nodig heeft om eens naar de stad te gaan of zoiets.
Vanaf medio vorig jaar ben ik niet meer mobiel. Voor alles moet ik een ander vragen mij te rijden en omdat ik daar geen misbruik van wil maken, vraag ik het alleen als ik naar het ziekenhuis moet (en dat gebeurt gemiddeld minstens een keer in de week). Dan kan de rollator mee en dan heb ik steun daaraan. Verder kom ik de deur niet meer uit. Ja, als mijn broer een keer komt gaan we een eindje rijden.
Ik heb zelf lang gewacht met het aanvragen van een scootmobiel. Ik wilde er niet aan en dacht altijd nog dat het wel weer beter zou worden, totdat de ene specialist mij de definitieve diagnose geeft en zegt dat het niet meer beter wordt en dat een andere specialist zegt dat ik maar een scootmobiel moet aanvragen. Tja, dan moet je wel.
Ik ben 64 en mevrouw Huppeldepup vindt dat ik dan maar achter de geraniums moet gaan zitten.
Nu hebben we in onze gemeente vanaf dit jaar een scootmobielpool. Als je eens een keer een scootmobiel nodig hebt, dan kun je hem daar gratis lenen. Eerst krijg je een ochtend een cursus en als dat goed gaat mag je een scootmobiel een dag lenen, zo vaak als je hem nodig hebt. Waarbij het de bedoeling is dat je hem eens een keer een dag leent. Ik hang dus elke dag bijna aan de telefoon om te vragen of ze er een kunnen komen brengen. De mensen van de pool vinden dat dat eigenlijk niet de bedoeling is, maar stimuleren me toch om zo vaak als ik een scootmobiel nodig heb, te bellen, dan ziet de gemeente ook dat ik wel degelijk een eigen scootmobiel nodig heb.
Tot nu toe heb ik twee keer een 'nee' op mijn verzoek gekregen, omdat er geen vrij was. Maar als de gemeente iedereen maar naar de pool stuurt, zal het over een paar maanden zo maar kunnen gebeuren dat ik vaker 'nee' dan 'ja' te horen krijg.
Ik heb mezelf daarom twee maanden de tijd gegeven om met de pool mee te doen. Daarna zal ik weer een verzoek indienen en kan ik aantonen dat ik een scootmobiel vrijwel dagelijks nodig heb.
En wat een vrijheid weer, als je weer zelf kunt gaan en staan waar en wanneer je wilt. Ik kan weer naar de stad, ik kan mijn hoogbejaarde tante (93) weer bezoeken, ik kan weer naar het bos gaan en de bomen weer groen zien worden. Ik kan weer, nou ja, noem maar op. Ik ben bijna weer net zo vrij als toen ik nog fietste. Bijna, want ik moet toch eerst wel het een en ander regelen voordat ik de scootmobiel heb.
Hieronder wat foto's die ik vandaag in het bos genomen heb. Wat is de natuur toch mooi in deze tijd van het jaar, al dat prille groen en wat ben ik gelukkig dat ik dit weer met mijn eigen ogen kan aanschouwen!
Over scootmobielaso's wil ik een volgende keer schrijven.
Posts tonen met het label gezondheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezondheid. Alle posts tonen
woensdag 6 mei 2015
woensdag 25 juni 2014
Ziekenhuis
Het is niet mijn stijl om al te veel over mijn lichamelijke gezondheid te schrijven. Maar wie A zegt, moet ook B zeggen. Omdat ik dus het woordje 'ziekenhuis' heb laten vallen zal ik ook uitleg geven.
Sinds vorige vrijdag logeer ik weer op mijn jaarlijkse vakantieadres. Deze keer heb ik de beschikking over deze kamer:
Vanwege mijn autisme krijg ik een eenpersoonskamer omdat ik anders te veel prikkels krijg en dan angst- en paniekstoornissen ontwikkel en agressief word. Het zou dan zo maar kunnen gebeuren dat ik 's nachts de hele zaal op stelten zet.
Ik heb sinds 4 jaar problemen met het hart, ik ben al een paar keer eerder gedotterd en gestent. Ik dacht dat ik nu weer vaatvernauwingen zou hebben, maar dat bleek dus gelukkig niet het geval. Ze gaan dus nu nog meer onderzoeken doen en daarvoor moet ik in het ziekenhuis blijven.
Er gebeurt de hele dag vrijwel niets. Maandag kreeg ik een onderzoek (katheterisatie). Donderdag en vrijdag een onderzoek en voor de rest is het gewoon de dag zien door te komen. Ik mag nog niet naar huis zo lang het hart niet in orde is. Gelukkig voel ik me al een stuk beter dan afgelopen vrijdag toen ik opgenomen werd.
Ik loop wat af in het ziekenhuis omdat ik steeds een heel eind lopen moet naar buiten, om een sigaretje te roken. En mijn hoofd is ook al enigszins verbrand door de zon.
Sinds vorige vrijdag logeer ik weer op mijn jaarlijkse vakantieadres. Deze keer heb ik de beschikking over deze kamer:
Vanwege mijn autisme krijg ik een eenpersoonskamer omdat ik anders te veel prikkels krijg en dan angst- en paniekstoornissen ontwikkel en agressief word. Het zou dan zo maar kunnen gebeuren dat ik 's nachts de hele zaal op stelten zet.
Ik heb sinds 4 jaar problemen met het hart, ik ben al een paar keer eerder gedotterd en gestent. Ik dacht dat ik nu weer vaatvernauwingen zou hebben, maar dat bleek dus gelukkig niet het geval. Ze gaan dus nu nog meer onderzoeken doen en daarvoor moet ik in het ziekenhuis blijven.
| Mijn laptophoekje, kannetje thee erbij. |
Er gebeurt de hele dag vrijwel niets. Maandag kreeg ik een onderzoek (katheterisatie). Donderdag en vrijdag een onderzoek en voor de rest is het gewoon de dag zien door te komen. Ik mag nog niet naar huis zo lang het hart niet in orde is. Gelukkig voel ik me al een stuk beter dan afgelopen vrijdag toen ik opgenomen werd.
| Personeel druk aan het werk. |
dinsdag 10 september 2013
Smiley
Elke dag werk ik een hele chemische fabriek naar binnen.
Zo blijf ik in leven en lachen. (Ik weet het, het is een zeugma maar dat heb ik expres gedaan.)
Zo blijf ik in leven en lachen. (Ik weet het, het is een zeugma maar dat heb ik expres gedaan.)
zaterdag 24 augustus 2013
Zwijmelen op zaterdag (36)
Meer zwijmelen bij Marja.
Van de week werd mij door de cardioloog de vraag gesteld of ik in voorkomend geval gereanimeerd wilde worden. Ik moest toen onmiddellijk denken aan ER, de ziekenhuisserie waarin regelmatig getracht werd iemand met behulp van een defibrillator tot het leven terug te krijgen.
Ik zag mezelf al liggen. "Handen van het bed" en kaboeng, kaboeng, Greet schoot een meter de lucht in.
Geweldige serie ER. Ik heb er heel wat bij zitten zwijmelen. Elke week was ik weer nieuwsgierig naar het wel en wee van 'onze' dokters.
Prettig weekend.
Van de week werd mij door de cardioloog de vraag gesteld of ik in voorkomend geval gereanimeerd wilde worden. Ik moest toen onmiddellijk denken aan ER, de ziekenhuisserie waarin regelmatig getracht werd iemand met behulp van een defibrillator tot het leven terug te krijgen.
Ik zag mezelf al liggen. "Handen van het bed" en kaboeng, kaboeng, Greet schoot een meter de lucht in.
Geweldige serie ER. Ik heb er heel wat bij zitten zwijmelen. Elke week was ik weer nieuwsgierig naar het wel en wee van 'onze' dokters.
Prettig weekend.
woensdag 22 mei 2013
BED (slot)
Dit is het vervolg op BED (2) van gisteren.
Gelukkig kon ik al snel de draad weer oppakken en heel gestadig verloor ik het teveel aan kilo's. Dat ging goed tot het volgend voorjaar.
Ik werd meer en meer vermoeid. Had ik te veel gesport? Het werd steeds erger. Ik sleepte me naar de sportschool en de dagelijkse wandelingen. Maar van harte ging het niet. Ik had al eens aangegeven bij de dokter dat ik me als een oude vrouw voelde. Doodmoe was ik, Totaal geen energie. Maar hij kon er niet veel mee. Desondanks maar wel blijven bewegen.
Totdat ik op een nacht, het was inmiddels juli 2010, 's nachts om drie uur, wakker werd van de pijn aan de onderarmen. Heel vreemd. Gelukkig kon ik om tien uur terecht bij de huisarts. Het was weer mis: hartinfarct. Dat betekende weer voor lange tijd niet sporten. Een geluk bij een ongeluk was dat het ernstig was en ik meteen geholpen werd. Als het niet ernstigs is, lig je wekenlang in het ziekenhuis te wachten tot je eindelijk aan de beurt bent. Nu gelukkig maar één week en thuis verder herstellen.
Maar je kunt niets. Ik had weer twee keer in de week thuishulp over de vloer en ik zat maar op de stoel, wachtend op een nieuw infarct.
Ik zou hartrevalidatie krijgen om weer langzaam op gang te komen. Daarvoor kwam ik pas na twee maanden in aanmerking. Anderhalf keer ben ik geweest en toen was er gedonder omdat men niet om kon gaan met mijn autisme. Ik moest en zou aan het volledige programma deelnemen, ook al veroorzaakte dat bij mij paniek.
Maanden zat ik zo thuis. De kilo's kwamen er weer aan. Op kleine wandelingetjes na geen enkele beweging. Bij de sportschool mocht ik niet maar zo weer gaan trainen. Gelukkig kreeg ik van de cardioloog een verwijzing voor fysiotherapie. De sportschool, waar ik altijd kwam, was klein, Het was zowel een fitnessruimte als een fysiotherapieoefenruimte. Ik mocht er één keer in de week sporten onder begeleiding van een fysiotherapeut. Dat schoot niet erg op.
Lichamelijk ging het steeds beter met me. Ik was veel minder vermoeid. Ondertussen was het met mijn psychische gesteldheid niet best. Ik was redelijk gezond bezig en dan toch dat hartinfarct! Ik zag het niet meer zitten. Wat had bewegen en gezond eten nu nog voor zin? Bovendien had mijn hart schade opgelopen waardoor ik veel minder kon.
BED ging weer opspelen en ik kreeg weer eetbuien. Het raakte me allemaal niet meer.
Na de fysiotherapie ging ik niet meer naar de sportschool. Ik ging niet meer wandelen. En lette ook niet meer op mijn eetpatroon. Ik werd weer veel te zwaar.
Een eetstoornis is een levenslang probleem. Het kan zo de kop weer opsteken. Bovendien moet ik, bij normaal eten, me veel bewegen, om niet aan te komen.
Ik ben nu drie jaar verder maar de overtollige kilo's van toen zijn er nog niet af. Sterker nog, er zijn er alleen maar meer bijgekomen.
Ik moet van die pakjes boter af, maar het lukt me niet. Twee weken gaat het goed, maar daarna komen ze er net zo hard weer bij. Ik weet wat ik moet doen om mezelf weer in de hand te krijgen. In mijn hoofd is het allemaal duidelijk. Maar weten en doen zijn twee. En dan moet ik het bewegen ook nog lichamelijk aan kunnen.
Misschien is het schrijven van deze artikelen wel een goede aanzet geweest om het toch maar weer eens te proberen.
Gelukkig kon ik al snel de draad weer oppakken en heel gestadig verloor ik het teveel aan kilo's. Dat ging goed tot het volgend voorjaar.
Ik werd meer en meer vermoeid. Had ik te veel gesport? Het werd steeds erger. Ik sleepte me naar de sportschool en de dagelijkse wandelingen. Maar van harte ging het niet. Ik had al eens aangegeven bij de dokter dat ik me als een oude vrouw voelde. Doodmoe was ik, Totaal geen energie. Maar hij kon er niet veel mee. Desondanks maar wel blijven bewegen.
Totdat ik op een nacht, het was inmiddels juli 2010, 's nachts om drie uur, wakker werd van de pijn aan de onderarmen. Heel vreemd. Gelukkig kon ik om tien uur terecht bij de huisarts. Het was weer mis: hartinfarct. Dat betekende weer voor lange tijd niet sporten. Een geluk bij een ongeluk was dat het ernstig was en ik meteen geholpen werd. Als het niet ernstigs is, lig je wekenlang in het ziekenhuis te wachten tot je eindelijk aan de beurt bent. Nu gelukkig maar één week en thuis verder herstellen.
Maar je kunt niets. Ik had weer twee keer in de week thuishulp over de vloer en ik zat maar op de stoel, wachtend op een nieuw infarct.
Ik zou hartrevalidatie krijgen om weer langzaam op gang te komen. Daarvoor kwam ik pas na twee maanden in aanmerking. Anderhalf keer ben ik geweest en toen was er gedonder omdat men niet om kon gaan met mijn autisme. Ik moest en zou aan het volledige programma deelnemen, ook al veroorzaakte dat bij mij paniek.
Maanden zat ik zo thuis. De kilo's kwamen er weer aan. Op kleine wandelingetjes na geen enkele beweging. Bij de sportschool mocht ik niet maar zo weer gaan trainen. Gelukkig kreeg ik van de cardioloog een verwijzing voor fysiotherapie. De sportschool, waar ik altijd kwam, was klein, Het was zowel een fitnessruimte als een fysiotherapieoefenruimte. Ik mocht er één keer in de week sporten onder begeleiding van een fysiotherapeut. Dat schoot niet erg op.
Lichamelijk ging het steeds beter met me. Ik was veel minder vermoeid. Ondertussen was het met mijn psychische gesteldheid niet best. Ik was redelijk gezond bezig en dan toch dat hartinfarct! Ik zag het niet meer zitten. Wat had bewegen en gezond eten nu nog voor zin? Bovendien had mijn hart schade opgelopen waardoor ik veel minder kon.
BED ging weer opspelen en ik kreeg weer eetbuien. Het raakte me allemaal niet meer.
Na de fysiotherapie ging ik niet meer naar de sportschool. Ik ging niet meer wandelen. En lette ook niet meer op mijn eetpatroon. Ik werd weer veel te zwaar.
Een eetstoornis is een levenslang probleem. Het kan zo de kop weer opsteken. Bovendien moet ik, bij normaal eten, me veel bewegen, om niet aan te komen.
Ik ben nu drie jaar verder maar de overtollige kilo's van toen zijn er nog niet af. Sterker nog, er zijn er alleen maar meer bijgekomen.
Ik moet van die pakjes boter af, maar het lukt me niet. Twee weken gaat het goed, maar daarna komen ze er net zo hard weer bij. Ik weet wat ik moet doen om mezelf weer in de hand te krijgen. In mijn hoofd is het allemaal duidelijk. Maar weten en doen zijn twee. En dan moet ik het bewegen ook nog lichamelijk aan kunnen.
Misschien is het schrijven van deze artikelen wel een goede aanzet geweest om het toch maar weer eens te proberen.
dinsdag 21 mei 2013
BED (2)
Dit is het vervolg op BED (1) van gisteren.
Het lijkt leuk, 42 kg afvallen in negen maanden, maar ik werd echt veel te mager.
Op een gegeven moment deden we op de sportschool grondoefeningen. Op de buik liggend en armen en benen omhoog. Het deed me pijn aan de ribben zo te liggen en dat zei ik dan ook tegen de instructrice. Ik kreeg toen van een groepsgenoot de opmerking: "Ja, maar je bent ook veel te mager."
Wat was ik blij met die opmerking. Mijn hele leven lang al te dik geweest en nu werd me gezegd dat ik te mager was! Hoezee!!! Ik kon mijn vreugde niet op.
En ik bleef doorgaan met afvallen en bewegen. Ik vond mezelf veel te dik nog. Totdat ik een keer bij de huisarts ter controle kwam en hij van mijn gewicht schrok. 42 kilo afgevallen! Dit was veel te veel! Om een gezond gewicht te hebben mocht ik maximaal 31 kg afvallen. Ik zei dat ik mezelf nog veel te dik vond. "Pas maar op, straks krijg je nog anorexia. Of eigenlijk heb je dit al. Je bent veel te dwangmatig bezig." Ik moest onmiddellijk stoppen met afvallen.
Ik schrok wel van die mededeling. Daar moest ik toch wel wat aan doen. Ik wilde niet van de ene eetstoornis in de andere eetstoornis terechtkomen. Maar hoe doe je dat, stoppen met afvallen? Ik ben begonnen met niet meer te gaan zwemmen. Mijn abonnement was afgelopen en een nieuwe kon ik niet betalen.
Ik viel weliswaar niet meer af, maar ik bleef wel op hetzelfde gewicht. Geen grammetje kwam erbij. Ik had ook geen zin in meer eten. Ik was dat weinige eten nu zo gewend. Terwijl er toch eigenlijk elf kilo's bij moesten. Of in ieder geval minstens zes. En dat terwijl ik zo blij was dat ik nu slanker was.
Op een gegeven moment kreeg ik pijn aan mijn voet. Ik kon niet zo veel meer lopen. Foto's laten maken, en ja, ik bleek artrose te hebben in mijn grote teen. Boos was ik, nu was ik eindelijk aan het bewegen en mocht ik verwachten dat ik gezonder werd, en zo opeens kreeg ik artrose. Hoe bestaat het!
Ik ging nu nog maar om de dag een half uur lopen. De ene dag lopen en de andere dag bijkomen van de pijn. Naar de sportschool ging ik nog wel drie keer per week.
Door het minder bewegen kwam ik heel langzamerhand weer aan. Ik zat zelfs een paar kilo boven mijn gezond gewicht. Ik voelde me echter wel te dik. Dat kwam voornamelijk doordat het overtollige vel van de buik niet meer wegging en voor veel problemen zorgde.
Er kwam een operatie met een infectie. Vijf dagen in het ziekenhuis, 5 dagen thuis, 3 weken in het ziekenhuis en nog eens 3 maanden thuis herstellen.
Tja, toen ging mijn conditie met stappen achteruit. Goed, ik was wel al eerder begonnen met wandelen maar naar de sportschool mocht pas aan het eind als de wond helemaal dicht was. Daardoor kwam ik in korte tijd redelijk veel aan. Geen beweging, niet in het ziekenhuis en niet thuis. Daar had ik twee keer per week huishoudelijke hulp. Ook brachten veel mensen mij maaltijden. Heel lief, maar niet altijd caloriearm. Ik kreeg vaak een doos bonbons en uit verveling at ik ze dan maar op.
En op die manier kwamen de kilo's er weer vlug aan. Het ging de verkeerde kant op.
(wordt vervolgd)
Het lijkt leuk, 42 kg afvallen in negen maanden, maar ik werd echt veel te mager.
Op een gegeven moment deden we op de sportschool grondoefeningen. Op de buik liggend en armen en benen omhoog. Het deed me pijn aan de ribben zo te liggen en dat zei ik dan ook tegen de instructrice. Ik kreeg toen van een groepsgenoot de opmerking: "Ja, maar je bent ook veel te mager."
Wat was ik blij met die opmerking. Mijn hele leven lang al te dik geweest en nu werd me gezegd dat ik te mager was! Hoezee!!! Ik kon mijn vreugde niet op.
En ik bleef doorgaan met afvallen en bewegen. Ik vond mezelf veel te dik nog. Totdat ik een keer bij de huisarts ter controle kwam en hij van mijn gewicht schrok. 42 kilo afgevallen! Dit was veel te veel! Om een gezond gewicht te hebben mocht ik maximaal 31 kg afvallen. Ik zei dat ik mezelf nog veel te dik vond. "Pas maar op, straks krijg je nog anorexia. Of eigenlijk heb je dit al. Je bent veel te dwangmatig bezig." Ik moest onmiddellijk stoppen met afvallen.
Ik schrok wel van die mededeling. Daar moest ik toch wel wat aan doen. Ik wilde niet van de ene eetstoornis in de andere eetstoornis terechtkomen. Maar hoe doe je dat, stoppen met afvallen? Ik ben begonnen met niet meer te gaan zwemmen. Mijn abonnement was afgelopen en een nieuwe kon ik niet betalen.
Ik viel weliswaar niet meer af, maar ik bleef wel op hetzelfde gewicht. Geen grammetje kwam erbij. Ik had ook geen zin in meer eten. Ik was dat weinige eten nu zo gewend. Terwijl er toch eigenlijk elf kilo's bij moesten. Of in ieder geval minstens zes. En dat terwijl ik zo blij was dat ik nu slanker was.
Op een gegeven moment kreeg ik pijn aan mijn voet. Ik kon niet zo veel meer lopen. Foto's laten maken, en ja, ik bleek artrose te hebben in mijn grote teen. Boos was ik, nu was ik eindelijk aan het bewegen en mocht ik verwachten dat ik gezonder werd, en zo opeens kreeg ik artrose. Hoe bestaat het!
Ik ging nu nog maar om de dag een half uur lopen. De ene dag lopen en de andere dag bijkomen van de pijn. Naar de sportschool ging ik nog wel drie keer per week.
Door het minder bewegen kwam ik heel langzamerhand weer aan. Ik zat zelfs een paar kilo boven mijn gezond gewicht. Ik voelde me echter wel te dik. Dat kwam voornamelijk doordat het overtollige vel van de buik niet meer wegging en voor veel problemen zorgde.
Er kwam een operatie met een infectie. Vijf dagen in het ziekenhuis, 5 dagen thuis, 3 weken in het ziekenhuis en nog eens 3 maanden thuis herstellen.
Tja, toen ging mijn conditie met stappen achteruit. Goed, ik was wel al eerder begonnen met wandelen maar naar de sportschool mocht pas aan het eind als de wond helemaal dicht was. Daardoor kwam ik in korte tijd redelijk veel aan. Geen beweging, niet in het ziekenhuis en niet thuis. Daar had ik twee keer per week huishoudelijke hulp. Ook brachten veel mensen mij maaltijden. Heel lief, maar niet altijd caloriearm. Ik kreeg vaak een doos bonbons en uit verveling at ik ze dan maar op.
En op die manier kwamen de kilo's er weer vlug aan. Het ging de verkeerde kant op.
(wordt vervolgd)
maandag 20 mei 2013
BED (1)
Nee, niet dat meubel in de slaapkamer maar de eetstoornis: binge eating disorder.
In principe hetzelfde als boulimia, enorme eetbuien, maar het eten wordt niet uitgespuugd, of gecompenseerd door extra bewegen. Daardoor heb je bij BED meer last van gewichtstoename dan bij boulimia.

Ik ben er een half jaar voor in therapie geweest, elke maandag één hele dag therapie. Die behandeling bestond uit 4 soorten therapie: cognitieve therapie, bewegingstherapie, creatieve therapie en nog een andere therapie maar ik weet niet meer wat. Dit allemaal in een groep van maximaal 9 personen. Het behandelplan was er niet op gericht om af te vallen maar om een nieuwe leefwijze aan te kweken waardoor je vanzelf wel afviel.
Je leert waarom je eetbuien krijgt. Bij mij was dat een afreageren op een emotie, positief of negatief, dat maakte niet uit. Ook speelde een rol dat ik te lang met iets doorging en dan bleek dat ik geen tijd meer had om fatsoenlijke te koken en dan nam ik maar snacks. En ik kon geen maat houden. Als er in een pak 10 stuks zaten, nam ik geen genoegen met 1 ding, nee, het hele pak moest leeg.
Ik had me voorgenomen me volledig voor het programma in te zetten. Om precies te doen wat ik moest doen. Om het huiswerk te maken, om het eetpatroon aan te passen en om meer te gaan bewegen.
Omdat ik autist ben, (wat ik toen nog niet wist) viel het me gemakkelijk me daaraan te houden. Als men zegt, dat het zo moet, dan moet het ook zo. Daar is dan geen ruimte voor eigen interpretatie. Ik hield me dus strikt aan het behandelplan.
Je moest bijvoorbeeld opschrijven wat je wanneer at. Zelfs al at ik maar één chipje, dan schreef ik dat op. Voor mij was het de kunst de lijst zo klein mogelijk te krijgen met alleen maar de zes eetmomenten per dag.
Ik mocht één keer per week een snaaimoment hebben: chips op zaterdagavond. Als ik daarbuiten toch snaaide, moest ik daar twee bladzijden huiswerk over maken om duidelijkheid te krijgen waarom ik het deed en welke invloed dat had. Om dan maar geen extra huiswerk erover te hoeven maken, ging er dus minder de mond in..
Ik ging ook steeds meer bewegen. Voordat ik aan de behandeling begon, fietste ik alleen maar. Om te beginnen een blokje om, zo'n 300 meter, dan begonnen mijn voeten al op te spelen. Na een half jaar wandelde ik elke dag één uur in flink tempo. Daarnaast ging ik drie keer per week zwemmen. Beginnen met één baantje en dit steeds verder uitbouwen. Op de dagen dat ik niet ging zwemmen, ging ik naar de sportschool. Ook hier weer langzaam opbouwen, totdat mijn work-out zo'n anderhalf uur duurde.
Op zondag deed ik mijn triatlon. Vijf kilometer fietsen naar het zwembad, één uur baantjes trekken, twee kilometer fietsen naar het bos, daar een route van 10 of 14 km wandelen en dan nog weer zes kilometer naar huis fietsen. Ik was er vier uur mee bezig.
De begeleidende psychologen vonden mij maar lastig. Vaak was mij iets niet duidelijk. Ik vond de tekst abstract en ik begreep niet wat ze ermee bedoelden. Als ik dat dan aangaf, las men de tekst nog een keer. Maar dat schoot niet op. Ik wilde uitleg wat er bedoeld werd. Mijn groepsgenoten leken het allemaal wel te begrijpen. Ook stelde ik teveel vragen naar hun zin, vooral waarom iets zo was of gedaan moest worden. Ik denk dan, als ik iets begrijp, kan ik het ook makkelijker doen.
Bij een evaluatiegesprek kreeg ik te horen dat ik niet functioneerde in de groep. Ik zonderde mij te veel af en paste mij niet goed genoeg aan de groep aan. Ik ging bijvoorbeeld tijdens de lunch naar buiten om in een parkje mijn boterham op te eten. De anderen bleven allemaal binnen.
Dat ik geen groepsmens was, was mij al bekend. Maar waarom iedereen toch maar binnen bleef (het was lente en zomer), was mij een raadsel.
Men vond mij dus lastig. Geen psycholoog echter die eraan dacht dat er misschien iets meer aan de hand was. Ruim een jaar later kreeg ik de diagnose autisme (Asperger).
Ondanks dat ik me niet thuis voelde in de groep, heeft de behandeling me wel goed gedaan. In negen maanden ben ik 42 kilo afgevallen. Ik vergelijk dat altijd met 168 pakjes boter. Al die pakjes sleurde ik dan elke dag met me mee.
(wordt vervolgd)
In principe hetzelfde als boulimia, enorme eetbuien, maar het eten wordt niet uitgespuugd, of gecompenseerd door extra bewegen. Daardoor heb je bij BED meer last van gewichtstoename dan bij boulimia.
Ik ben er een half jaar voor in therapie geweest, elke maandag één hele dag therapie. Die behandeling bestond uit 4 soorten therapie: cognitieve therapie, bewegingstherapie, creatieve therapie en nog een andere therapie maar ik weet niet meer wat. Dit allemaal in een groep van maximaal 9 personen. Het behandelplan was er niet op gericht om af te vallen maar om een nieuwe leefwijze aan te kweken waardoor je vanzelf wel afviel.
Je leert waarom je eetbuien krijgt. Bij mij was dat een afreageren op een emotie, positief of negatief, dat maakte niet uit. Ook speelde een rol dat ik te lang met iets doorging en dan bleek dat ik geen tijd meer had om fatsoenlijke te koken en dan nam ik maar snacks. En ik kon geen maat houden. Als er in een pak 10 stuks zaten, nam ik geen genoegen met 1 ding, nee, het hele pak moest leeg.
Ik had me voorgenomen me volledig voor het programma in te zetten. Om precies te doen wat ik moest doen. Om het huiswerk te maken, om het eetpatroon aan te passen en om meer te gaan bewegen.
Omdat ik autist ben, (wat ik toen nog niet wist) viel het me gemakkelijk me daaraan te houden. Als men zegt, dat het zo moet, dan moet het ook zo. Daar is dan geen ruimte voor eigen interpretatie. Ik hield me dus strikt aan het behandelplan.
Je moest bijvoorbeeld opschrijven wat je wanneer at. Zelfs al at ik maar één chipje, dan schreef ik dat op. Voor mij was het de kunst de lijst zo klein mogelijk te krijgen met alleen maar de zes eetmomenten per dag.
Ik mocht één keer per week een snaaimoment hebben: chips op zaterdagavond. Als ik daarbuiten toch snaaide, moest ik daar twee bladzijden huiswerk over maken om duidelijkheid te krijgen waarom ik het deed en welke invloed dat had. Om dan maar geen extra huiswerk erover te hoeven maken, ging er dus minder de mond in..
Ik ging ook steeds meer bewegen. Voordat ik aan de behandeling begon, fietste ik alleen maar. Om te beginnen een blokje om, zo'n 300 meter, dan begonnen mijn voeten al op te spelen. Na een half jaar wandelde ik elke dag één uur in flink tempo. Daarnaast ging ik drie keer per week zwemmen. Beginnen met één baantje en dit steeds verder uitbouwen. Op de dagen dat ik niet ging zwemmen, ging ik naar de sportschool. Ook hier weer langzaam opbouwen, totdat mijn work-out zo'n anderhalf uur duurde.
Op zondag deed ik mijn triatlon. Vijf kilometer fietsen naar het zwembad, één uur baantjes trekken, twee kilometer fietsen naar het bos, daar een route van 10 of 14 km wandelen en dan nog weer zes kilometer naar huis fietsen. Ik was er vier uur mee bezig.
De begeleidende psychologen vonden mij maar lastig. Vaak was mij iets niet duidelijk. Ik vond de tekst abstract en ik begreep niet wat ze ermee bedoelden. Als ik dat dan aangaf, las men de tekst nog een keer. Maar dat schoot niet op. Ik wilde uitleg wat er bedoeld werd. Mijn groepsgenoten leken het allemaal wel te begrijpen. Ook stelde ik teveel vragen naar hun zin, vooral waarom iets zo was of gedaan moest worden. Ik denk dan, als ik iets begrijp, kan ik het ook makkelijker doen.
Bij een evaluatiegesprek kreeg ik te horen dat ik niet functioneerde in de groep. Ik zonderde mij te veel af en paste mij niet goed genoeg aan de groep aan. Ik ging bijvoorbeeld tijdens de lunch naar buiten om in een parkje mijn boterham op te eten. De anderen bleven allemaal binnen.
Dat ik geen groepsmens was, was mij al bekend. Maar waarom iedereen toch maar binnen bleef (het was lente en zomer), was mij een raadsel.
Men vond mij dus lastig. Geen psycholoog echter die eraan dacht dat er misschien iets meer aan de hand was. Ruim een jaar later kreeg ik de diagnose autisme (Asperger).
Ondanks dat ik me niet thuis voelde in de groep, heeft de behandeling me wel goed gedaan. In negen maanden ben ik 42 kilo afgevallen. Ik vergelijk dat altijd met 168 pakjes boter. Al die pakjes sleurde ik dan elke dag met me mee.
(wordt vervolgd)
Abonneren op:
Posts (Atom)