Zie hier hoe het begon.
En dan begin je maar lijntjes te trekken. Je hebt er niet veel voor nodig. Een potlood, een gummetje, een liniaal en ruitjespapier (grote schriften, 1 euro per stuk bij de Primera, 1,50 per drie bij de Hema).
Maar zo werkte het niet. Er moet natuurlijk eerst het een en ander aan research gedaan worden. Hoe is de indeling van een kasteel van binnen? Welke vertrekken waren er? Een kasteel had uiteraard niet alleen een woonfunctie maar ook een bestuursfunctie. Wat voor volk liep er verder nog op het kasteel rond buiten de bewoners en het huishoudelijke personeel? Wie waren die bewoners, was dat alleen een gezin of was dat een grootfamilie? Waar sliepen ze? Allemaal op een eigen kamertje? Waar sliep het personeel? Hadden ze toen al butlers?
Waar waren de kerkers? In het souterrain of was er nog een laag onder?
Hoe was de beveiliging? Dikke muren, maar hoe dik? Was er nog een extra verdedigingsmuur? Met gracht? Hoe zag een poort eruit?
Allemaal vragen, dus moest ik eerst heel veel lezen over die tijd. Dat was eigenlijk nog veel interessanter. Ik weet nu veel meer van de Middeleeuwen, een interessante tijd.
Dan moest ik het kasteel nog situeren. In ieder geval niet in Nederland want in de huidige tijd is het moeilijk in Nederland een kasteel te vinden met een flinke lap grond (3.000 hectare of zo) erbij.
Dat werd dus de Schotse Hooglanden en wel Cairngorms. Maar was de bodem daar wel geschikt om diep te graven voor de kasteelmuren en de slotgracht?
Mijn kasteel moest natuurlijk een van de mooiste en grootste kastelen van Schotland worden. De bewoners waren een grafelijke familie. Later schopte een achterkleinzoon het tot hertog.
Een probleem dat ik nog steeds niet goed heb opgelost is het gemak. Tijdens de bouw van het kasteel, het oudste gedeelte is van de 12e eeuw, bestonden er nog geen wc's. Wel werden er houten erkertjes aan de verdedigingsmuur gemaakt. Daar kwam dan een gat in en men deponeerde dan zijn grote en kleine boodschap rechtstreeks in de slotgracht. Maar ja, dan moest er wel een slotgracht zijn.
En dan gaan we naar de huidige tijd. De grafelijke en later de hertogelijke familie heeft er in de loop der eeuwen, vooral in de achttiende en negentiende eeuw, het een en ander bij laten bouwen. Gelukkig was er toen binnen de muren van het kasteel nog ruimte genoeg. Maar de vorige bewoners en de huidige bewoners wilden ook graag hun eigentijdse ruimtes hebben: garages, een zwembad en dergelijke. Heel leuk allemaal maar op het binnenterrein was nu geen plaats meer en bovendien die lelijke moderne gebouwen of nep-oude gebouwen misstaan er. Dat moest allemaal maar buiten de muren gebouwd worden. Tegenwoordig hoef je niet meer bang te zijn om met kanonnen beschoten te worden. (Hoe kregen ze vroeger die kanonnen eigenlijk op de bolwerken en weergangen? Met een lier?)
Mijn kasteel is dus helemaal aangepast aan de huidige tijd. Het kostte allemaal een lieve bom duiten maar gelukkig zaten ze in de whisky en hoefde ze zich om geld niet druk te maken zoals vele andere adellijke families dat wel deden en ze hun voorvaderlijk slot maar verkochten aan een hotelketen of er een pretpark of museum van maakten.
Ondertussen heb ik weer een nieuwe versie van het kasteel gemaakt. De oude versie voldeed niet goed. Op bijgaande foto is te zien dat de vorige versie in ieder geval één bewoner heeft gehad.
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
vrijdag 21 november 2014
donderdag 20 november 2014
Kasteelvrouwe
Tja, een nieuwe hobby is leuk, maar om daardoor blogland en het blog te verwaarlozen is niet zo leuk. Vandaar maar weer eens een berichtje van mij en waar ik mee bezig ben.
Ik kijk graag op Funda naar huizen, niet zo maar huizen van een tonnetje of wat. Nee, de vraagprijs moet toch minstens op een miljoentje liggen. Ik kan me vergapen aan zulke oude huizen, soms zo mooi. Je komt normaal gesproken niet in zulke huizen en nu kun je dus wel zien hoe zo'n huis er van binnen uitziet. Niet dat ik er van droom om er zelf in te wonen - ik zou niet eens willen - maar alleen maar om te kijken. En soms ook ergeren. Sommige huizen, meestal nieuwbouw, zijn zo patserig. Dan hebben ze al een woonkamer van een kleine honderd vierkante meter en dan moet er ook nog een masterbedroom (nee, geen slaapkamer) van zo'n vijftig vierkante meter of meer komen. En dan nog een badkamer waarin je verdwaalt en een dressingroom die dusdanig van afmeting is dat, als je die gevuld wilt krijgen, je elke dag wel mag gaan shoppen (en dan natuurlijk in de PC).
De huizen op Funda zijn echter niets vergeleken met het aanbod op Right move, de Britse Funda. Echt prachtige huizen, kastelen, landgoederen. Vaak al honderden jaren oud en er zit natuurlijk veel land bij, een paar hectare is nog maar het begin. En dan de huizen, nou ja, huizen, in Schotland. Complete kastelen met een paar duizend hectare grond erbij. Zoals deze of deze. Je waant je in de serie 'The Monarch of the Glen". Kijk, daar zou ik nou wel willen wonen. Een klein huisje op zo'n landgoed en dan kilometers in de omtrek geen mens te bekennen. Nadeel is wel dat er in die contreien gejaagd moet gaan worden om het nog een beetje rendabel te houden.
Die Britse panden moeten ook allemaal minstens vijf ontvangstruimten hebben: de salon, de bibliotheek, de biljartkamer, de eetkamer en de grote hal die ook als salon is ingericht. Zelfs het meest bescheiden huisje heeft al een zitkamer én een eetkamer. En elke slaapkamer moet zijn eigen 'en suite', badkamer dus, hebben. Nee, geen doucheruimte maar een heuse badkamer. En dan die inrichtingen, soms heel smaakvol, soms ligt het vol met kleden op de vloer.
Dan zie ik plattegronden van die oude kastelen en hoe ze nu die indeling hebben en dan denk ik: Dat kan veel beter. Daarom houd ik me nu onledig met het ontwerpen van middeleeuwse kastelen. Ik ben dus kasteelvrouwe op papier geworden. Daarover morgen meer.
Ik kijk graag op Funda naar huizen, niet zo maar huizen van een tonnetje of wat. Nee, de vraagprijs moet toch minstens op een miljoentje liggen. Ik kan me vergapen aan zulke oude huizen, soms zo mooi. Je komt normaal gesproken niet in zulke huizen en nu kun je dus wel zien hoe zo'n huis er van binnen uitziet. Niet dat ik er van droom om er zelf in te wonen - ik zou niet eens willen - maar alleen maar om te kijken. En soms ook ergeren. Sommige huizen, meestal nieuwbouw, zijn zo patserig. Dan hebben ze al een woonkamer van een kleine honderd vierkante meter en dan moet er ook nog een masterbedroom (nee, geen slaapkamer) van zo'n vijftig vierkante meter of meer komen. En dan nog een badkamer waarin je verdwaalt en een dressingroom die dusdanig van afmeting is dat, als je die gevuld wilt krijgen, je elke dag wel mag gaan shoppen (en dan natuurlijk in de PC).
De huizen op Funda zijn echter niets vergeleken met het aanbod op Right move, de Britse Funda. Echt prachtige huizen, kastelen, landgoederen. Vaak al honderden jaren oud en er zit natuurlijk veel land bij, een paar hectare is nog maar het begin. En dan de huizen, nou ja, huizen, in Schotland. Complete kastelen met een paar duizend hectare grond erbij. Zoals deze of deze. Je waant je in de serie 'The Monarch of the Glen". Kijk, daar zou ik nou wel willen wonen. Een klein huisje op zo'n landgoed en dan kilometers in de omtrek geen mens te bekennen. Nadeel is wel dat er in die contreien gejaagd moet gaan worden om het nog een beetje rendabel te houden.
Die Britse panden moeten ook allemaal minstens vijf ontvangstruimten hebben: de salon, de bibliotheek, de biljartkamer, de eetkamer en de grote hal die ook als salon is ingericht. Zelfs het meest bescheiden huisje heeft al een zitkamer én een eetkamer. En elke slaapkamer moet zijn eigen 'en suite', badkamer dus, hebben. Nee, geen doucheruimte maar een heuse badkamer. En dan die inrichtingen, soms heel smaakvol, soms ligt het vol met kleden op de vloer.
Dan zie ik plattegronden van die oude kastelen en hoe ze nu die indeling hebben en dan denk ik: Dat kan veel beter. Daarom houd ik me nu onledig met het ontwerpen van middeleeuwse kastelen. Ik ben dus kasteelvrouwe op papier geworden. Daarover morgen meer.
woensdag 9 juli 2014
Latiniseren
Tijdens het schrijven van het artikel over Valerius stuitte ik op een merkwaardig fenomeen: latiniseren. Dat wil zeggen, je naam een Latijns tintje geven.
In de 15e en 16e eeuw werd, zeker wetenschappelijk werk, in het Latijn geschreven. Daar hoorde ook een mooie Latijnse naam onder te staan, zeker als je van eenvoudige komaf was. In latere tijden gebruikte men een gelatiniseerde naam ook om indruk te maken.
Dat Latijnse tintje kon men eraan geven door zijn achternaam of een geografische naam een Latijnse uitgang te geven of door zijn beroep in het Latijn te schrijven.
In mijn vorig artikel schreef ik over Adrianus Valerius. Eigenlijk heette hij gewoon Adriaen Valéry.
Zo wordt de beroemde Hugo de Groot ook vaak genoemd als Hugo Grotius. Ik heb op een school gezeten, het Alexander Hegius College. De naamgever was van oorsprong een Duitser. Ik heb niet kunnen achterhalen of hij misschien Heeg heette, of dat zijn voorvaderen de naam al gelatiniseerd hebben.
De beroemde kaartenmaker Gerardus Mercator heette gewoon Gheert Cremer/de Cremere. (cremer/kramer/koopman) Mercator betekent koopman.
De boer werd meneer Agricola en de schipper werd meneer Nauta.
Desiderius Erasmus was geboren als Gerrit Gerritszoon. En Nostradamus als Michel de Nostredam.
Voor meer informatie over Nederlandse namen met een Latijn of Grieks tintje, klik hier.
Ik zou mijn naam hebben kunnen latiniseren in Margaretha Album (Latijns voor wit) of Margaretha Wittus. Klinkt wel mooi, hè! En er is niemand in Nederland die zo´n achternaam heeft.
En u? Hoe zou u heten? Hier kunt u vertalen. Of heeft u al een gelatiniseerde achternaam?
In de 15e en 16e eeuw werd, zeker wetenschappelijk werk, in het Latijn geschreven. Daar hoorde ook een mooie Latijnse naam onder te staan, zeker als je van eenvoudige komaf was. In latere tijden gebruikte men een gelatiniseerde naam ook om indruk te maken.
Dat Latijnse tintje kon men eraan geven door zijn achternaam of een geografische naam een Latijnse uitgang te geven of door zijn beroep in het Latijn te schrijven.
In mijn vorig artikel schreef ik over Adrianus Valerius. Eigenlijk heette hij gewoon Adriaen Valéry.
Zo wordt de beroemde Hugo de Groot ook vaak genoemd als Hugo Grotius. Ik heb op een school gezeten, het Alexander Hegius College. De naamgever was van oorsprong een Duitser. Ik heb niet kunnen achterhalen of hij misschien Heeg heette, of dat zijn voorvaderen de naam al gelatiniseerd hebben.
De beroemde kaartenmaker Gerardus Mercator heette gewoon Gheert Cremer/de Cremere. (cremer/kramer/koopman) Mercator betekent koopman.
De boer werd meneer Agricola en de schipper werd meneer Nauta.
Desiderius Erasmus was geboren als Gerrit Gerritszoon. En Nostradamus als Michel de Nostredam.
Voor meer informatie over Nederlandse namen met een Latijn of Grieks tintje, klik hier.
Ik zou mijn naam hebben kunnen latiniseren in Margaretha Album (Latijns voor wit) of Margaretha Wittus. Klinkt wel mooi, hè! En er is niemand in Nederland die zo´n achternaam heeft.
En u? Hoe zou u heten? Hier kunt u vertalen. Of heeft u al een gelatiniseerde achternaam?
maandag 7 juli 2014
Merck toch hoe sterck
WE300 is een schrijfuitdaging van Plato. Het is de bedoeling dat je een tekst van exact 300 woorden schrijft. Plato geef elke keer een woord op. Hierover ga je schrijven maar het woord zelf mag je niet gebruiken. Deze keer is het woord: gedenken.
Merck toch hoe sterk is de titel of eigenlijk de beginregel van een lied, geschreven door Adriaen Valerius. Waarschijnlijk kennen we het allemaal wel. In ieder geval de 60+'ers onder ons die het nog op school geleerd hebben.
Het lied komt uit een boek, gepubliceerd in 1626, dat het verhaal vertelt van de Opstand, aangevuld met geuzenliederen. De meeste van deze liederen schreef Valerius zelf, of bewerkte ze. Ze waren nogal calvinistisch van aard, antikatholiek en anti-Spaans. Die oorlog liep van 1568 tot 1648. Hij zat er dus in feite nog middenin.
De tekst van Merck toch hoe sterk is wel van Valerius maar de melodie is die van een Italiaanse dansmelodie.
Valerius, geboren ergens tussen 1570 en 1575 in Middelburg, overleed in 1625. Zijn zoon François heeft ervoor gezorgd dat het postuum uitgegeven kon worden.
Het allerbekendste lied uit de bundel is het Wilhelmus, dat een ouder geuzenlied is, ontstaan aan het begin van de Opstand.
Een ander bekend werk is: Wilt heden nu treden. Dit lied is eind 19e eeuw in het Engels vertaald en nu zingt men het in de USA met Thanksgiving Day: We gather together.
Andere liederen zijn o.a. 'G'lijck den grooten rapsack vloot den Speck verbaest', , 'O Nederland! let op u saek', 'Waar dat men sich al wend of keerd'. Deze liederen en andere staan allemaal in de overbekende bundel: Kun je nog zingen, zing dan mee.
Valerius was dus nauw betrokken bij de opstandelingen. Zijn vader, afkomstig uit Frankrijk, vertrok in 1592, toen Adriaen al volwassen was, met zijn gezin naar Veere. Klaarblijkelijk sprak vader het Nederlands (of het Zeeuwse dialect) al wel want hij werd gerechtelijke klerk bij de burgemeester van Veere. Zij zoon zou later uiteindelijk zelf, via een huwelijk met de dochter van de burgemeester, burgemeester van Veere worden.
---------------------------------------------------
Het boek waarnaar verwezen wordt, is Nederlandtsche Gedenck-clanck. Dit was mijn eerste associatie met het woord gedenken.
Wilt heden nu treden:
We gather together:
Merck toch hoe sterk is de titel of eigenlijk de beginregel van een lied, geschreven door Adriaen Valerius. Waarschijnlijk kennen we het allemaal wel. In ieder geval de 60+'ers onder ons die het nog op school geleerd hebben.
Het lied komt uit een boek, gepubliceerd in 1626, dat het verhaal vertelt van de Opstand, aangevuld met geuzenliederen. De meeste van deze liederen schreef Valerius zelf, of bewerkte ze. Ze waren nogal calvinistisch van aard, antikatholiek en anti-Spaans. Die oorlog liep van 1568 tot 1648. Hij zat er dus in feite nog middenin.
De tekst van Merck toch hoe sterk is wel van Valerius maar de melodie is die van een Italiaanse dansmelodie.
Valerius, geboren ergens tussen 1570 en 1575 in Middelburg, overleed in 1625. Zijn zoon François heeft ervoor gezorgd dat het postuum uitgegeven kon worden.
Het allerbekendste lied uit de bundel is het Wilhelmus, dat een ouder geuzenlied is, ontstaan aan het begin van de Opstand.
Een ander bekend werk is: Wilt heden nu treden. Dit lied is eind 19e eeuw in het Engels vertaald en nu zingt men het in de USA met Thanksgiving Day: We gather together.
Andere liederen zijn o.a. 'G'lijck den grooten rapsack vloot den Speck verbaest', , 'O Nederland! let op u saek', 'Waar dat men sich al wend of keerd'. Deze liederen en andere staan allemaal in de overbekende bundel: Kun je nog zingen, zing dan mee.
Valerius was dus nauw betrokken bij de opstandelingen. Zijn vader, afkomstig uit Frankrijk, vertrok in 1592, toen Adriaen al volwassen was, met zijn gezin naar Veere. Klaarblijkelijk sprak vader het Nederlands (of het Zeeuwse dialect) al wel want hij werd gerechtelijke klerk bij de burgemeester van Veere. Zij zoon zou later uiteindelijk zelf, via een huwelijk met de dochter van de burgemeester, burgemeester van Veere worden.
---------------------------------------------------
Het boek waarnaar verwezen wordt, is Nederlandtsche Gedenck-clanck. Dit was mijn eerste associatie met het woord gedenken.
- Merck toch hoe sterck nu in 't werck sich al steld,
- Die 't allen tijd' so ons vrijheit heeft bestreden.
- Siet hoe hij slaeft, graeft en draeft met geweld,
- Om onse goet en ons bloet en onse steden.
- Hoort de Spaensche trommels slaen!
- Hoort Maraens trompetten!
- Siet hoe komt hij trecken aen,
- Bergen te bezetten.
- Berg op Zoom hout u vroom,
- Stut de Spaensche scharen;
- Laet 's Lands boom end' sijn stroom
- Trouwlijck doen bewaren!
- 't Moedige, bloedige, woedige swaerd
- Blonck en het klonck, dat de vonken daeruijt vlogen.
- Beving en leving, opgeving der aerd,
- Wonder gedonder nu onder was nu boven;
- Door al 't mijnen en 't geschut,
- Dat men daeglijcx hoorde,
- Menig Spanjaert in sijn hut
- In sijn bloed versmoorde.
- Berg op Zoom hout sich vroom,
- 't Stut de Spaensche scharen;
- 't Heeft 's Lands boom end' sijn stroom
- Trouwlijck doen bewaren!
- Die van Oranjen quam Spanjen aen boord,
- Om uijt het velt als een helt 't geweld te weeren;
- Maer also dra Spinola 't heeft gehoord,
- Trekt hij flux heen op de been met al sijn heeren.
- Cordua kruijd spoedig voort,
- Sach daer niet te winnen,
- Don Velasco liep gestoord:
- 't Vlas was niet te spinnen
- Berg op Zoom hout u vroom,
- 't Stut de Spaensche scharen;
- 't Heeft 's Lands boom end' sijn stroom
- Trouwlijck doen bewaren!
Wilt heden nu treden:
We gather together:
woensdag 29 mei 2013
Waar was u?
Er zijn van die mensen die van veel belangrijke gebeurtenissen in Nederland of in de wereld nog feilloos kunnen zeggen waar ze waren toen ze het vernamen. Ik herinner me er een zestal.
Uiteraard herinner ik me nog meer gebeurtenissen, maar ik weet niet meer precies waar ik was toen ik het vernam. Bijvoorbeeld de moord op John Lennon, de moord op Marten Luther King, het begin van de Golfoorlog, de treinkaping door Molukkers enz.
Kunt u nog zeggen waar u was toen u vernam van bepaalde gebeurtenissen?
Ik herinner me de volgende:
8 januari 1962, de treinramp bij Harmelen, 93 doden.
Ik zat in groep 6 van de lagere school (11 jaar). Ik was ziek thuis van school. Mijn moeder ging 's middags altijd even een dutje doen. Als er een kind ziek thuis was van school, moest die altijd mee naar bed. Mijn moeder luisterde dan altijd eerst naar het radionieuws van 13.00 uur en ging dan slapen. Die dag in het ouderlijke bed naast mijn moeder hoorde ik van dat verschrikkelijke treinongeluk.
22 november 1963, de moord op president John Kennedy, Dallas.
Het was 's avonds 19.00 uur. Ik was 13 jaar. Ik zat samen met een aantal broers en zussen in de huiskamer. Mijn oudste zus was aan het strijken. De radio stond aan vanwege het nieuws. Plotseling kwam het bericht op de moord op Kennedy.
16 augustus 1977, de dood van Elvis Presley.
Ik was met vakantie in Zweden (Stockholm). Ik belde 's avonds met een zus en van haar hoorde ik dat Elvis Presley was overleden.
4 oktober 1992, vliegtuigramp Bijlmermeer, 43 doden.
Zondagavond, rond een uur of acht. Ik was die dag met mijn toenmalige echtgenoot op bezoek geweest bij een broer. Hij zou ons met zijn auto naar de trein brengen. Maar eerst moest hij nog even bij zijn ex langs. Wij bleven in de auto zitten. Bij zijn ex hoorde hij van de ramp. Opgewonden kwam hij het ons in de auto vertellen.
31 augustus 1997, het auto-ongeluk met prinses Diana in Parijs.
Het was midden in de nacht van zaterdag op zondag. Ik kon weer eens niet slapen en ben maar naar beneden gegaan. Daar ben ik verder gaan puzzelen aan een legpuzzel. Ik had de radio erbij aan staan. Toen, rond een uur of half drie, hoorde ik tijdens een programma van het ongeluk van prinses Diana. Toen kwam er van slapen helemaal niets meer.
11 september 2001. terroristische aanslagen in de USA, bijna 3000 doden.
Om half drie 's middags had ik een afspraak bij vrienden. Toen ik er kwam, hadden ze, heel ongebruikelijk, de televisie aanstaan. Daar vernam ik van de aanslagen.
Uiteraard herinner ik me nog meer gebeurtenissen, maar ik weet niet meer precies waar ik was toen ik het vernam. Bijvoorbeeld de moord op John Lennon, de moord op Marten Luther King, het begin van de Golfoorlog, de treinkaping door Molukkers enz.
Kunt u nog zeggen waar u was toen u vernam van bepaalde gebeurtenissen?
Ik herinner me de volgende:
8 januari 1962, de treinramp bij Harmelen, 93 doden.
Ik zat in groep 6 van de lagere school (11 jaar). Ik was ziek thuis van school. Mijn moeder ging 's middags altijd even een dutje doen. Als er een kind ziek thuis was van school, moest die altijd mee naar bed. Mijn moeder luisterde dan altijd eerst naar het radionieuws van 13.00 uur en ging dan slapen. Die dag in het ouderlijke bed naast mijn moeder hoorde ik van dat verschrikkelijke treinongeluk.
22 november 1963, de moord op president John Kennedy, Dallas.
Het was 's avonds 19.00 uur. Ik was 13 jaar. Ik zat samen met een aantal broers en zussen in de huiskamer. Mijn oudste zus was aan het strijken. De radio stond aan vanwege het nieuws. Plotseling kwam het bericht op de moord op Kennedy.
16 augustus 1977, de dood van Elvis Presley.
Ik was met vakantie in Zweden (Stockholm). Ik belde 's avonds met een zus en van haar hoorde ik dat Elvis Presley was overleden.
4 oktober 1992, vliegtuigramp Bijlmermeer, 43 doden.
Zondagavond, rond een uur of acht. Ik was die dag met mijn toenmalige echtgenoot op bezoek geweest bij een broer. Hij zou ons met zijn auto naar de trein brengen. Maar eerst moest hij nog even bij zijn ex langs. Wij bleven in de auto zitten. Bij zijn ex hoorde hij van de ramp. Opgewonden kwam hij het ons in de auto vertellen.
31 augustus 1997, het auto-ongeluk met prinses Diana in Parijs.
Het was midden in de nacht van zaterdag op zondag. Ik kon weer eens niet slapen en ben maar naar beneden gegaan. Daar ben ik verder gaan puzzelen aan een legpuzzel. Ik had de radio erbij aan staan. Toen, rond een uur of half drie, hoorde ik tijdens een programma van het ongeluk van prinses Diana. Toen kwam er van slapen helemaal niets meer.
11 september 2001. terroristische aanslagen in de USA, bijna 3000 doden.
Om half drie 's middags had ik een afspraak bij vrienden. Toen ik er kwam, hadden ze, heel ongebruikelijk, de televisie aanstaan. Daar vernam ik van de aanslagen.
Labels:
geschiedenis,
jeugd,
maatschappij,
radio,
televisie
vrijdag 19 oktober 2012
Aeltje en Saar
Hier schreef ik over Aeltje en haar man Saar. Aeltje is overleden in 1629. Saar is geboren in 1560. Hoe zou het leven in 1560 zijn geweest voor kinderen?
Het potlood was nog niet uitgevonden, dat gebeurde pas in 1565. Dat was weliswaar de tijd dat ze de leeftijd hadden om te leren lezen en schrijven, maar tussen uitvinding en algemeen gebruik zit uiteraard een lange tijdspanne. Er werd dus alleen nog geschreven met de ganzenpen. Of met lei en griffel.
Maar konden ze überhaupt wel lezen, schrijven en rekenen? Je zou denken van niet.
Toch gingen in de tijd van Saar en Aeltje veel meer kinderen naar school dan later in de 18e eeuw. In die tijd was de school vrij toegankelijk en het schoolbezoek werd door het stadsbestuur aangemoedigd. Elke parochie had in deze tijd minstens één lagere school, waar in de volkstaal het alfabet, de belangrijkste gebeden en het schrift werden onderwezen. Aeltje en Saar leefden wel in de tijd van de Reformatie, ik weet niet of er door de protestanten ook scholen opgericht werden. Dat zal toch haast wel.
Aan het eind van de 16e eeuw reisde de Italiaanse reiziger Ludovico Guicciardini door Europa. In zijn verslag over zijn reis door de Nederlanden schreef hij verbaasd:
'In Holland kan iedereen lezen en schrijven, zelfs de boeren'. Het zal wel niet zo zijn dat echt iedereen kon lezen en schrijven maar het peprcentage analfabeten toentertijd lag onder de 50% en dat zal dan veel minder geweest zijn dan wat hij in Italië gewend was.
De handel was sterk in opkomst en de stedelingen moesten toch wel kunnen lezen en schrijven, en rekenen om goed handel te kunnen drijven.
Maar hoe zat dat nou met Saar en Aeltje? Als er een van de twee schoolgegaan had, was het wel Saar. Hij was een jongen en hij moest eenvoudige berekeningen kunnen maken. Hoeveel bracht een koe op? Wat krijg ik voor mijn melk? En voor de landbouwgewassen? En had hij voor een jaar van misoogst of andere tegenslagen zoals oorlog, wel genoeg reserve opgebouwd? Het schijnt mij toe dat daarvoor eenvoudig rekenen wel noodzakelijk was. Of zou hij op zijn vingers geteld hebben?
En Aeltje dan? Zij was maar een eenvoudige boerendochter. Wat had zij van doen met al die geleerdheid? Vee verzorgen, het land bewerken, het huishouden doen, kinderen grootbrengen, dat was belangrijk. Al het overige was maar nutteloze kennis. En kinderen moesten altijd al jong meewerken op de boerderij. Daar kwam men altijd wel handen te kort. En als er wel genoeg handen waren, werden de kinderen eropuit gestuurd om knecht of meid te worden op een andere boerderij. Dat bracht geld in het laatje. En bovendien was er weer een mond minder te voeden.
Protestanten hadden waarschijnlijk minimaal één boek in huis, de Bijbel, daaruit kon je leren lezen. Hoewel, de Statenbijbel verscheen pas na hun dood. Rooms-katholieken, zoals Saar en Aeltje. hadden geen Bijbel thuis. Dus er was totaal geen noodzaak om te lezen.
Hoe ging dat eigenlijk in zijn werk tijdens een les?
Er waren nog geen speciale schoolgebouwen, dus deed een leegstaande schuur of de kamer of de keuken van de schoolmeester dienst als school. Verlichting en verwarming was er meestal niet.
Er bestonden nog geen klassen, alle kinderen zaten in één ruimte, vaak op de grond of op een krukje. Als je geluk had, zat je aan een tafel. Oudere kinderen hielpen de jongeren. En er werd hardop geleerd. Het zal er dan ook lawaaiig geweest zijn op zo'n schooltje. De kinderen schreven met een ganzenpen, die gedoopt werd in een inktpotje. Ze moesten vooral leren mooi te schrijven. Voor kladwerk werd de lei en griffel gebruikt, want papier en inkt was duur. De schoolspullen werden bewaard in een houten schooltas. Deze deed dienst als opbergkastje en werd ook gebruikt als schrijftafeltje op de knie.
De boekdrukkunst was al wel uitgevonden maar ik neem aan dat kinderen toch niet allemaal een eigen lesboekje hadden. Had de leraar een soort schoolbord tot zijn beschikking waarop hij het schrijven kon voordoen? Of deed hij dat per kind voor op de lei? En waaruit leerden de kinderen lezen? Moesten ze de bijbel van huis meenemen, of hadden ze toch boekjes? Op de afbeelding lijkt het alsof de kinderen al wel kleine boekjes hadden.
Maar hoe dan ook, Aeltje zal dit wel niet meegemaakt hebben, en Saar waarschijnlijk ook niet.
Het potlood was nog niet uitgevonden, dat gebeurde pas in 1565. Dat was weliswaar de tijd dat ze de leeftijd hadden om te leren lezen en schrijven, maar tussen uitvinding en algemeen gebruik zit uiteraard een lange tijdspanne. Er werd dus alleen nog geschreven met de ganzenpen. Of met lei en griffel.
Maar konden ze überhaupt wel lezen, schrijven en rekenen? Je zou denken van niet.
Toch gingen in de tijd van Saar en Aeltje veel meer kinderen naar school dan later in de 18e eeuw. In die tijd was de school vrij toegankelijk en het schoolbezoek werd door het stadsbestuur aangemoedigd. Elke parochie had in deze tijd minstens één lagere school, waar in de volkstaal het alfabet, de belangrijkste gebeden en het schrift werden onderwezen. Aeltje en Saar leefden wel in de tijd van de Reformatie, ik weet niet of er door de protestanten ook scholen opgericht werden. Dat zal toch haast wel.
Aan het eind van de 16e eeuw reisde de Italiaanse reiziger Ludovico Guicciardini door Europa. In zijn verslag over zijn reis door de Nederlanden schreef hij verbaasd:
'In Holland kan iedereen lezen en schrijven, zelfs de boeren'. Het zal wel niet zo zijn dat echt iedereen kon lezen en schrijven maar het peprcentage analfabeten toentertijd lag onder de 50% en dat zal dan veel minder geweest zijn dan wat hij in Italië gewend was.
De handel was sterk in opkomst en de stedelingen moesten toch wel kunnen lezen en schrijven, en rekenen om goed handel te kunnen drijven.
Maar hoe zat dat nou met Saar en Aeltje? Als er een van de twee schoolgegaan had, was het wel Saar. Hij was een jongen en hij moest eenvoudige berekeningen kunnen maken. Hoeveel bracht een koe op? Wat krijg ik voor mijn melk? En voor de landbouwgewassen? En had hij voor een jaar van misoogst of andere tegenslagen zoals oorlog, wel genoeg reserve opgebouwd? Het schijnt mij toe dat daarvoor eenvoudig rekenen wel noodzakelijk was. Of zou hij op zijn vingers geteld hebben?
En Aeltje dan? Zij was maar een eenvoudige boerendochter. Wat had zij van doen met al die geleerdheid? Vee verzorgen, het land bewerken, het huishouden doen, kinderen grootbrengen, dat was belangrijk. Al het overige was maar nutteloze kennis. En kinderen moesten altijd al jong meewerken op de boerderij. Daar kwam men altijd wel handen te kort. En als er wel genoeg handen waren, werden de kinderen eropuit gestuurd om knecht of meid te worden op een andere boerderij. Dat bracht geld in het laatje. En bovendien was er weer een mond minder te voeden.
Protestanten hadden waarschijnlijk minimaal één boek in huis, de Bijbel, daaruit kon je leren lezen. Hoewel, de Statenbijbel verscheen pas na hun dood. Rooms-katholieken, zoals Saar en Aeltje. hadden geen Bijbel thuis. Dus er was totaal geen noodzaak om te lezen.
Hoe ging dat eigenlijk in zijn werk tijdens een les?
Er waren nog geen speciale schoolgebouwen, dus deed een leegstaande schuur of de kamer of de keuken van de schoolmeester dienst als school. Verlichting en verwarming was er meestal niet.
Er bestonden nog geen klassen, alle kinderen zaten in één ruimte, vaak op de grond of op een krukje. Als je geluk had, zat je aan een tafel. Oudere kinderen hielpen de jongeren. En er werd hardop geleerd. Het zal er dan ook lawaaiig geweest zijn op zo'n schooltje. De kinderen schreven met een ganzenpen, die gedoopt werd in een inktpotje. Ze moesten vooral leren mooi te schrijven. Voor kladwerk werd de lei en griffel gebruikt, want papier en inkt was duur. De schoolspullen werden bewaard in een houten schooltas. Deze deed dienst als opbergkastje en werd ook gebruikt als schrijftafeltje op de knie.De boekdrukkunst was al wel uitgevonden maar ik neem aan dat kinderen toch niet allemaal een eigen lesboekje hadden. Had de leraar een soort schoolbord tot zijn beschikking waarop hij het schrijven kon voordoen? Of deed hij dat per kind voor op de lei? En waaruit leerden de kinderen lezen? Moesten ze de bijbel van huis meenemen, of hadden ze toch boekjes? Op de afbeelding lijkt het alsof de kinderen al wel kleine boekjes hadden.
Maar hoe dan ook, Aeltje zal dit wel niet meegemaakt hebben, en Saar waarschijnlijk ook niet.
Abonneren op:
Posts (Atom)



