Pagina's

Posts tonen met het label genealogie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label genealogie. Alle posts tonen

vrijdag 19 oktober 2012

Aeltje en Saar

Hier schreef ik over Aeltje en haar man Saar. Aeltje is overleden in 1629. Saar is geboren in 1560.  Hoe zou het leven in 1560 zijn geweest voor kinderen?

Het potlood was nog niet uitgevonden, dat gebeurde pas in 1565. Dat was weliswaar de tijd dat ze de leeftijd hadden om te leren lezen en schrijven, maar tussen uitvinding en algemeen gebruik zit uiteraard een lange tijdspanne. Er werd dus alleen nog geschreven met de ganzenpen. Of met lei en griffel.
Maar konden ze überhaupt wel lezen, schrijven en rekenen? Je zou denken van niet.

Toch gingen in de tijd van Saar en Aeltje veel meer kinderen naar school dan later in de 18e eeuw. In die tijd was de school vrij toegankelijk en het schoolbezoek werd door het stadsbestuur aangemoedigd. Elke parochie had in deze tijd minstens één lagere school, waar in de volkstaal het alfabet, de belangrijkste gebeden en het schrift werden onderwezen. Aeltje en Saar leefden wel in de tijd van de Reformatie, ik weet niet of er door de protestanten ook scholen opgericht werden. Dat zal toch haast wel.

Aan het eind van de 16e eeuw reisde de Italiaanse reiziger Ludovico Guicciardini door Europa. In zijn verslag over zijn reis door de Nederlanden schreef hij verbaasd:
'In Holland kan iedereen lezen en schrijven, zelfs de boeren'.  Het zal wel niet zo zijn dat echt iedereen kon lezen en schrijven maar het peprcentage analfabeten toentertijd lag onder de 50% en dat zal dan veel minder geweest zijn dan wat hij in Italië gewend was.
De handel was sterk in opkomst en de stedelingen moesten toch wel kunnen lezen en schrijven, en rekenen om goed handel te kunnen drijven.

Maar hoe zat dat nou met Saar en Aeltje? Als er een van de twee schoolgegaan had, was het wel Saar. Hij was een jongen en hij moest eenvoudige berekeningen kunnen maken. Hoeveel bracht een koe op? Wat krijg ik voor mijn melk? En voor de landbouwgewassen? En had hij voor een jaar van misoogst of andere tegenslagen zoals oorlog, wel genoeg reserve opgebouwd? Het schijnt mij toe dat daarvoor eenvoudig rekenen wel noodzakelijk was. Of zou hij op zijn vingers geteld hebben?
En Aeltje dan? Zij was maar een eenvoudige boerendochter. Wat had zij van doen met al die geleerdheid? Vee verzorgen, het land bewerken, het huishouden doen, kinderen grootbrengen, dat was belangrijk. Al het overige was maar nutteloze kennis. En kinderen moesten altijd al jong meewerken op de boerderij. Daar kwam men altijd wel handen te kort. En als er wel genoeg handen waren, werden de kinderen eropuit gestuurd om knecht of meid te worden op een andere boerderij. Dat bracht geld in het laatje. En bovendien was er weer een mond minder te voeden.

Protestanten hadden waarschijnlijk minimaal één boek in huis, de Bijbel, daaruit kon je leren lezen. Hoewel, de Statenbijbel verscheen pas na hun dood. Rooms-katholieken, zoals Saar en Aeltje. hadden geen Bijbel thuis. Dus er was totaal geen noodzaak om te lezen.
Hoe ging dat eigenlijk in zijn werk tijdens een les?
Er waren nog geen speciale schoolgebouwen, dus deed een leegstaande schuur of de kamer of de keuken van de schoolmeester dienst als school. Verlichting en verwarming was er meestal niet.
Er bestonden nog geen klassen, alle kinderen zaten in één ruimte, vaak op de grond of op een krukje. Als je geluk had, zat je aan een tafel. Oudere kinderen hielpen de jongeren. En er werd hardop geleerd. Het zal er dan ook lawaaiig geweest zijn op zo'n schooltje. De kinderen schreven met een ganzenpen, die gedoopt werd in een inktpotje. Ze moesten vooral leren mooi te schrijven. Voor kladwerk werd de lei en griffel gebruikt, want papier en inkt was duur. De schoolspullen werden bewaard in een houten schooltas. Deze deed dienst als opbergkastje en werd ook gebruikt als schrijftafeltje op de knie.

De boekdrukkunst was al wel uitgevonden maar ik neem aan dat kinderen toch niet allemaal een eigen lesboekje hadden.  Had de leraar een soort schoolbord tot zijn beschikking waarop hij het schrijven kon voordoen? Of  deed hij dat per kind voor op de lei? En waaruit leerden de kinderen lezen? Moesten ze de bijbel van huis meenemen, of hadden ze toch boekjes? Op de afbeelding lijkt het alsof de kinderen al wel kleine boekjes hadden.

Maar hoe dan ook, Aeltje zal dit wel niet meegemaakt hebben, en Saar waarschijnlijk ook niet.

maandag 13 augustus 2012

Amateur-genealoog, of wat daarvoor doorgaat.

Ik doe aan stamboomonderzoek en men noemt mij amateur-genealoog. klik. Een beetje groot woord voor wat ik doe vanachter mijn computer.

Een jaar of dertig geleden heeft mijn tante opdracht gegeven aan een bureau haar stamboom te onderzoeken. Iemand van zo'n bureau moest dan het hele land door om allerlei archieven te bezoeken. Met moeite kreeg men dan vijf of zes generaties op papier.

Nu zit ik achter de computer en ik ga naar Genlias. Daarin zitten de geboorte- trouw- en overlijdensaktes van de Nederlanders. Typ maar eens in bij 'achternaam': Oranje Nassau. Klik op de laatste persoon en kijk maar eens wat er bij het beroep van vader en vader overledene staat. Zo kun je ook de namen van je grootouders of overgrootouders intypen.
Er is wel een restrictie en dat heeft te maken met de privacywetgeving: de betreffende persoon moet wel 100 jaar geleden geboren zijn, of 75 jaar geleden getrouwd, of 50 jaar geleden overleden .
De akten zitten erin vanaf 1813. Toen heeft Napoleon Bonaparte bepaalt dat iedere Nederlander een achternaam moest krijgen en dat er een afdeling Burgerlijke Stand moest komen op het gemeentehuis zodat de gegevens van ieder in Nederland wonende persoon vast kwam te liggen voor de eeuwigheid.
Dus waar een bureau er vroeger weken over deed, kun je het nu in een aantal uren zelf voor elkaar krijgen.

Vóór die tijd moesten geboorte (doop), huwelijk en overlijden (begrafenis) bijgehouden worden door de kerk, Dat wil dus zeggen de Nederduitsch Gereformeerde Kerk. Registratie in andere kerken werd wel gedoogd maar het was niet rechtsgeldig. Dan moest je ook nog naar het gerecht of de schout.

Vóór 1813 had iedereen een achternaam zoals hij of zij die wenste. Neem nou Barbara, geboren in 1720. Barbara was een veel te mooie naam voor een boerendochter, dus dat werd Bartje, of Bartjen, of Bartie. Haar vader heette Jan. Zij noemde zich Bartje Jans, of Bartje Janse, of Bartje Jansen, of Bartje Jansdr. Het kon allemaal. Ze kon waarschijnlijk niet lezen of schrijven, dus de schrijfwijze was afhankelijk van de persoon die haar naam neerschreef.
Haar vader en dus ook zij woonden op een boerderij met de naam "Zandheuvel". Ze kon zich dus ook noemen:  Bartje van Zandheuvel, of Bartje van de Zandheuvel, of Bartje van den Zandheuvel, of gewooon Bartje Zandheuvel. Maar ook Bartje Janse van de Zandheuvel, of allerlei andere variaties. Maar we zijn er nog niet.
Bartje trouwde met boer Gijsbert. Hij woonde op de boerderij "De Klaverweide". Nu noemde ze zich Bartje van/van de/van der Klaverweide. Of ook weer met haar vaders naam Bartje Janse van der Klaverweide en de variaties daarop.
Wil je dus je voormoeder Barbara uit 1720 zoeken, dan moet je googelen bij een van de volgende combinaties: Barbara/Bartje Jans/Janse/Jansen/Jansdr van/van de/van den/van der of zonder van Zandheuvel/Klaverweide.

Mensen gingen vroeger eerder dood dan nu. Het kon dus zomaar gebeuren dat onze Barbara weduwe werd en hertrouwde. Je raadt het al: ze kon zich gewoon weer anders gaan noemen.

Sommige mensen hadden wel een achternaam. Bijvoorbeeld Van der Heiden. Makkelijk, zou je denken maar op hoeveel verschillende wijzen kun je Van der Heiden wel niet schrijven: Heiden, Heijden, Hijden, Heide, Heijde, Heyde, Heyden, of zelfs Van der Rijden.

Gegevens van voor 1811 kun je vinden op internet. Honderden, zo niet duizenden mensen hebben al een stamboom uitgezocht en deze gepubliceerd op internet. Met veel gezoek en geduld kun je daaruit putten en zelf vanuit je woonkamer een stamboom maken.












maandag 6 augustus 2012

Aeltje

Aeltje is getrouwd met Saar. Ik ken hun beide achternamen niet. Misschien hebben ze er wel geen. De vader van Saar heet Adriaan maar de naam van Saars moeder ken ik niet, evenmin als de namen van de ouders van Aeltje. Aeltje en Saar zijn vrome boeren. Ze wonen in De Birckt, een buurtschap in de gemeente Soest, vlakbij Amersfoort.
Aeltje en Saar hebben een vruchtbaar huwelijk. Ik hoop dat hun geluk net zo groot is als hun kinderschaar; ze krijgen minstens 8 kinderen.

Het oudste kind van Aeltje en Saar is dochter Alitgen. Ze trouwt met Aert van Arch, de zoon van Gerrit van Arch. Van Aert weet ik wel wat meer te vertellen. Hij woont samen met Alitgen op de Breestraat in Amersfoort. Daar hebben ze een huis, een hof en een hofstede. Het is hun eigendom maar ze moeten wel jaarlijks 15 gulden, 12 stuivers en 8 penningen rente betalen aan de Lieve Vrouwekapel.
De buurman aan de noordzijde heet Jan Marcelie en aan de oostzijde woont Weijmtgen van Dolre.

Alitgen en Aert komen al vroeg te overlijden. Ze laten minstens zeven kinderen na van wie er een aantal nog onmondig is. Helaas weet ik niet wat er met die kinderen gebeurd is. Zouden ze naar het weeshuis gestuurd zijn, of komen ze bij een oom of tante in huis? Wellicht is er een oudere zus getrouwd en komen ze bij een van hen in de huishouding. Of worden ze bij een boer ondergebracht als knecht of meid? En nu zou je denken dat de hele erfenis naar de kinderen gaat maar helaas, ze moeten die delen met de zeven broers en zusters van hun moeder en met hun opa Saar. Gelukkig heeft vader Gerrit geen broers of zusters en is zijn vader overleden, anders bleef er van de hele erfenis niets meer over.

De overige kinderen van Aeltje en Saar zijn ook allemaal keurig getrouwd en zullen op hun beurt wel weer voor nageslacht gezorgd hebben. Ze zullen niet vroegtijdig overleden zijn want mij is niet bekend dat ze onmondige kinderen nagelaten hebben.

Ondertussen is opa Saar in goeden doen geraakt, of misschien juist wel niet. In elk geval verkoopt hij in het jaar voor zijn dood land. Hij woont op dat moment met zijn huisvrouw Aeltje in Darthuizen, een gemeente zo halverwege Doorn en Amerongen. Hij verkoopt aan doctor Cornelius Benignus Sillingh drie morgen bouwland in de Vrijheid van Amersfoort, vanaf de Isselsesteeg tot aan de Vlasakkers. Aan de noordzijde ervan is het land van mr. Willem van Dam en het land aan de oost- en zuidzijde behoort toe aan Henrick Elbertsz. Zouden de meester en de doctor het land zelf bewerken?

Het gaat slechter met de gezondheid van Saar en hij laat zijn testament maken terwijl hij ziek van lichaam te bed liggende is. Saar woont nu in bij zijn zoon Dirck waar diens vrouw hopelijk goed voor hem zorgt. Notaris J. van Ingen komt daartoe naar het huis van zoon Dirck aan de Utrechtsestraat. Dit huis heeft Dirck 40 jaar geleden gekocht voor 200 gulden van Willem Mor Gijsbertz, als man en voogd van Geertgen van Fijnckel, zijn huisvrouw.

In het testament vermaakt hij al zijn bezittingen aan Dirck, Jan, Ariaen en Peter Saren, zijn zonen en aan Alitgen, Burrichgen, Henrickgen en Jannichgen  Saren, zijn dochters en bij overlijden van een van hen aan diens geboorte, allen bij gelijke portie. Uitgezonderd dat Dirck Saren, zijn oudste zoon, voor zijn voordeel 100 gulden zal genieten. Getuigen bij het opmaken van dit testament zijn Gosen Roeloffs Vlugh (portier), Harman Zanderzn (zadelmaker) en Willem Janzn (bakker).

Niet lang na het opmaken van dit testament sterft Saar. Aeltje is al eerder overleden. Het leven van twee hardwerkende boerenmensen is voorbij. Hun genen zijn doorgegeven aan hun kinderen en via hen weer aan hun kindskinderen. Nieuwe generaties nemen hun plaats in.

Aeltje stierf in 1629, zij is mijn betbetbetbetbetbetbetbetbetovergrootmoeder.