Pagina's

Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen

maandag 15 september 2014

Zwarte Piet

Kun je nog wel de zwartepiet toegespeeld krijgen? Of is dat politiek incorrect en moet je die uitdrukking wijzigen  in 'iemand de wittepiet toespelen'?
En zwartepieten? Mag dat ook nog? Of mag alleen die tweede zwarte Piet wel?


Moet je de geschiedenis herschrijven omdat bepaalde cultuuruitingen niet meer in deze tijd passen? Moet je naar de rechter stappen omdat je vindt dat bepaalde dingen niet meer kunnen?

Zaken die niet meer kunnen, worden vanzelf door de tijd achterhaald. Neem nu bijvoorbeeld Carnaval. Oorspronkelijk  een Rooms-katholiek feest om je, onder andere, nog even voor de 40-daagse vastentijd eens flink te buiten te gaan. Veel mensen vieren het en bij veel van die vierders gaan de haren rechtovereind staan als je over het geloof gaat praten. Toch is het een groot volksfeest. Als je bij deze mensen zou aankomen met iets over de vastentijd zou men zeggen dat dat toch volkomen achterhaald is en dat het gewoon een leuk feest is. En zo is het ook. De hele betekenis en alle wat erbij komt is in de loop der tijden verandert tot wat het nu is. Geen rechter of commissie is daaraan te pas gekomen.

Zo zie ik het Sinterklaasfeest met al zijn uitingen daarbij ook. Eeuwenlang wordt het feest al gevierd. Het is geen statisch feest. Vergeleken met een paar honderd jaar geleden is het een heel ander feest. De essentie blijft: het geven van anonieme cadeautjes.
Vijftig jaar geleden was Sinterklaas nog een grote boeman die zijn knecht Zwarte Piet opdracht gaf om stoute kinderen in de zak te stoppen en mee te nemen naar Frankrijk. Kinderen werden bang gemaakt voor Sinterklaas en Zwarte Piet. Nu is dat niet meer zo, alhoewel kinderen nog vrolijk zingen over de roe en de zak.

Is daar een rechter en een commissie aan te pas gekomen? Nee, natuurlijk niet. Zoiets gaat vanzelf. Het is de tijdgeest. Mensen praten erover en worden aan het denken gezet. De een probeert eens wat uit en de ander neemt het over. Ik ben ervan overtuigd dat over tien of twintig jaar het Sinterklaasfeest er heel anders uit zal zijn dan nu.
Maar om zoiets voor de rechter af te dwingen gaat mij te ver. Met dwang bereik je niets. Hooguit dat het zich tegen je keert. En dat je daarbij veel kapotmaakt. Je kunt niet zomaar iets radicaal veranderen, daarmee help je, bijvoorbeeld hier, het feest om zeep.

Eerlijk gezegd, ik heb bij Zwarte Piet nog nooit gedacht aan racisme, discriminatie of slavernij. Hij is zwart van het roet van de schoorstenen, en als er helemaal geen schoorstenen meer zijn hebben ze ook geen zwarte Piet meer nodig.

Je kunt je natuurlijk overal aan ergeren. We hebben in het Nederlands een mooi spreekwoord: Als je een hond wilt slaan, vind je altijd wel een stok. Ik, als Rooms-katholiek, zou me kunnen ergeren aan de figuur van Sinterklaas, een karikatuur van een bisschop. Discriminatie van katholieken!  Sinterklaas heeft op zijn mijter een kruis! Heeft iemand ooit wel eens een bisschop gezien met een kruis op zijn mijter. O, ze zullen er misschien wel zijn, maar op één hand te tellen. Ik kan me vreselijk gekrenkt voelen om de karikatuur, maar waarom zou ik? Het is toch een veel te mooi feest om je daar druk om te maken!

Laten we de kinderen hun Sinterklaasfeest gunnen.

zondag 1 december 2013

Advent 2013

Vandaag is het de 1e zondag van de Advent.
We bereiden ons voor op de komst van het Licht, de geboorte van Jezus Christus.

 Elke week komen we een stapje dichter bij het Licht. Vandaar dat vandaag het 1e lichtje aangaat.
Het is niet goed te zien, maar het lichtje links brandt.

zondag 8 september 2013

OMG

Heel hard gekrijst, op een hoge toon en met lange uithalen. Zo hoor je in Amerikaanse programma's vrouwen en soms mannen aan hun verbazing, schrik of verrassing uiting geven: Oh, my God!.

Tegenwoordig hoor je het in Nederland overal, in real life, op tv, op facebook of op een blog. In geschreven vorm meestal met hoofdletters om het gekrijs, dat erbij schijnt te horen, uitdrukking te geven.
Je hoort het ook altijd in het Engels zeggen. Ik denk dat voor die mensen het Nederlandse "O, mijn God" te veel aan God doet denken.
De uitroep wordt hoe langer hoe meer gebruikt, ook tijdens een gewoon gesprek: "O, my God, Anita, kijk nou eens, wat heeft die vrouw een dikke kont."

Het is straattaal, jongerentaal, maar je hoort het ook laagopgeleide volwassenen steeds meer gebruiken.

In het Nederlands gebruiken we Lieve help, lieve hemel, o jee of diergelijks.
Als mensen dan toch "Oh, my God" gebruiken, vraag ik me altijd af, hoe dat dan zit. Geloven die mensen werkelijk in God en roepen ze hem daardoor om de haverklap aan? Of hebben deze mensen geen flauw benul van wat ze eigenlijk zeggen en vinden ze het een leuke uitroep, van de Amerikaanse tv overgenomen?

Zelfs overtuigde atheïsten hoor je deze uitdrukking gebruiken. Ik heb dan altijd de neiging te vragen of ze bekeerd zijn.

zaterdag 29 juni 2013

Zwijmelen op zaterdag (30)

Meer zwijmelen bij Marja.

Op zoek naar joik (waarover een andere keer meer) op You Tube kwam ik dit bijzondere lied tegen.

http://www.youtube.com/watch?v=uP_Iee-D4U4
(Helaas lukt het me niet dit filmpje te plaatsen, vandaar de link.)

Het is een lied van Eivør Pálsdóttir - Heyr Himna Smiður.
Ik wist niet wie het zong en waarover het ging. Wel was me duidelijk dat het een IJslands lied was. Op Wikipedia heb ik het een en ander gevonden. Hoewel het een oud christelijk lied blijkt, laat ik het hier toch horen omdat ik het zo bijzonder mooi gezongen vind.

Prettig weekend.


Eivør Pálsdóttir (Syðrugøta, 21 juli 1983) is een Faeröerse zangeres en songwriter. Eivør was vanaf 1999 lid van de Faeröerse rockband Clickhaze maar begon daarnaast ook een solocarrière onder de naam Eivør. Ze zingt in het Faeröers, IJslands, Engels, Noors en Zweeds.
Aanvankelijk zong ze Faeröerse volksliederen en balladen, maar vervolgens heeft ze haar repertoire enorm uitgebreid en zingt nu in een groot aantal van verschillende muziekstijlen en genres, zoals rock, jazz, folk, pop en zelfs klassieke muziek). Een groot deel van de door haar gezongen liederen zijn eigen composities. Ze zelf beschrijft haar stijl op enkele dvd's met Ethno/Jazz of Country/Roots.
 
Kolbeinn Tumason (1173–1208) was a member of the Ásbirningar family clan, and was one of the most powerful chieftains (goði) in Iceland around the turn of the 12th century. His power was probably at its height around 1200 AD. Kolbeinn used his influence to ensure that men in his favour received positions of power within the clergy, amongst them bishop Guðmundur Arason. Guðmundur, unbeknownst to Kolbeinn, proved to be an advocate of clerical independence and resented interference from the secular goði chieftains. The two were soon at odds. In 1208, Kolbeinn and his followers attacked Guðmundur and his supporters in Hjaltadalur by Víðines. The ensuing battle is known as the Battle of Víðines. Kolbeinn died in the conflict, his head bashed in with a rock.
Notwithstanding his opposition to bishop Guðmundur, sources indicate that Kolbeinn was a devoutly religious man of some education. He is best known for composing the hymn Heyr himna smiður (English: "Hear, Heavenly Creator") on his deathbed. It is now a classic and often-sung Icelandic hymn. The song, which accompanies the text was composed by Þorkell Sigurbjörnsson, over 700 years later. The original text is presented here with 19th-century Icelandic spelling and a rough, literal translation into English.
Heyr, himna smiður,
hvers skáldið biður.
Komi mjúk til mín
miskunnin þín.
Því heit eg á þig,
þú hefur skaptan mig.
Eg er þrællinn þinn,
þú ert drottinn minn.
Guð, heit eg á þig,
að þú græðir mig.
Minnst þú, mildingur, mín,
mest þurfum þín.
Ryð þú, röðla gramur,
ríklyndur og framur,
hölds hverri sorg
úr hjartaborg.
Gæt þú, mildingur, mín,
mest þurfum þín,
helzt hverja stund
á hölda grund.
Send þú, meyjar mögur,
málsefnin fögur,
öll er hjálp af þér,
í hjarta mér.
Listen, smith of the heavens,
what the poet asks.
May softly come unto me
your mercy.
So I call on thee,
for you have created me.
I am thy slave,
you are my Lord.
God, I call on thee
to heal me.
Remember me, mild one, (or mild king. This is a pun on the word mildingur).
Most we need thee.
Drive out, O king of suns,
generous and great,
every human sorrow
from the city of the heart.
Watch over me, mild one,
Most we need thee,
truly every moment
in the world of men.
send us, son of the virgin,
good causes,
all aid is from thee,
in my heart.

zaterdag 30 maart 2013

Pasen 2013


Ttiaan



Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Joh. 20 NBV).



Volgens het Evangelie van Johannes verscheen de opgestane Heer voor het eerst aan Maria Magdalena (zie afbeelding kopfoto).





















Zalig Pasen
 
Gezegende Pasen
 
Vrolijk Paasfeest
 
Prettige Paasdagen




zondag 24 maart 2013

Palmpasen

Palem, palem Pasen
de wind die komt uit Vaassen
en als-ie niet uit Vaassen komt
dan komt-ie van Jan Klaassen

Dat zong Greetje altijd op Palmzondag. Met een palmpasenstok in haar hand liep ze de buurt door.
plaatje van het www
In de jaren vijftig liepen alleen katholieke kinderen met een palmpasenstok. In Greetjes woonplaats werd er geen optocht georganiseerd door de school of zo.

Op de zaterdag voor Palmpasen kwam de bakker altijd haantjes brengen. Die werden op door vader getimmerde kruisen gespiesd. Daaraan kwam ook een slinger van suikereitjes en een paar mandarijnen. En natuurlijk een palmtakje. Het was per slot van rekening Palmpasen.


Suikereitjes, plaatje van het www
En daar liep Greetje dan, trots stappend met haar stok de buurt door. En het mooiste was als ze dan niet-katholieke kinderen tegenkwam, want die hadden lekker niet zo'n mooie palmpasenstok.
Geen erg christelijke gedachte.

vrijdag 15 februari 2013

Een kerkelijke koerswijziging?

Onderstaand bericht heeft mij getroffen. Het verwoordt precies wat ik zelf ook denk.
Ik plaats het hier integraal met toestemming van de eigenaar de heer Anton de Wit (geen familie). Zijn website Anton de Wit kunt u hier vinden. Ik lees zijn berichten graag.


Een kerkelijke koerswijziging?
 
“Wie is de hoogste? Je vergist je geweldig, als je meent dat te zijn!” Dat schreef Bernardus van Clairvaux rond 1145 aan de toen kersverse paus Eugenius III. De strekking van Bernardus’ even vrijmoedige als ontnuchterende brief, gepubliceerd onder de titel De consideratione: maak je geen illusies over het Petrusambt, het is een rotbaantje, en je bent niet de belangrijkste onder de bisschoppen, maar juist de ‘dienaar der dienaren’.

Nog altijd krijgen nieuwe pausen, naar verluidt, De consideratione cadeau. Ook paus Benedictus XVI – ongetwijfeld kende hij de tekst al goed – en ook zijn opvolger, die volgende maand gekozen zal worden. De ‘plaatsbekleder van Christus op aarde’ wordt kortom ruimschoots herinnerd aan zijn eigen onmacht en menselijke beperkingen. Het lijkt nu eerder nodig om de rest van de mensheid daaraan te herinneren. Want juist in seculiere kringen heerst een mal soort magisch denken over de macht van de paus.

Paus Benedictus XVI

Her en der klinkt in de reacties op het terugtreden van paus Benedictus een zekere euforie door, of op z’n minst een voorzichtige hoop: wie weet komt er nu een meer ‘progressieve’ paus, een ‘modernere’ paus – zelfs een paus die, in de woorden van de voorzitter van het COC ‘minder geobsedeerd is door homoseksualiteit’. Wie deze prille hoop de kop in wil drukken, wijst er op dat het college van kardinalen dat de nieuwe paus moet kiezen voor een belangrijk deel door Benedictus benoemd is en ‘dus’ zelf ook ‘aartsconservatief’ is.

Op de eerste plaats doet dit schematische denken in termen van progressief en conservatief het pontificaat van de bedachtzame Benedictus geen recht. En die zogenaamde ‘obsessie met homoseksualiteit’ is zelfs een hilarische karikatuur: het lijkt er meer op dat wij hier in Nederland een obsessie hebben met de paus en zijn – vooral vermeende – opvattingen over (homo-)seksualiteit. De beste man heeft zeer rijke en genuanceerde dingen gezegd en geschreven over de meest uiteenlopende onderwerpen – de economie, sociale rechtvaardigheid, milieuproblematiek, internationale conflicten, het gesprek tussen godsdiensten onderling en tussen religie en de seculiere wereld, enzovoort. Hij werd hier in Nederland enkel geciteerd en bekritiseerd wanneer de een of andere slecht lezende commentator méénde dat het over seks ging.

Maar de vertekening raakt niet alleen de persoon van paus Benedictus XVI, maar heel de kerk en het pausschap. We zijn zo gewend geraakt aan politieke metaforen, dat we vergeten dat de paus geen leider van een politieke beweging is, dat hij geen president is die zijn eigen politieke programma probeert door te drukken, geen CEO van een multinational die een nieuwe strategie kan implementeren. Zoals Nederland niet plots een ander land wordt wanneer Willem-Alexander straks Beatrix opvolgt, zo zal de katholieke kerk niet plots een andere kerk zijn wanneer er een nieuwe paus is. (Waarmee ook niet gezegd is dat het pausschap zonder meer met het koningschap te vergelijken is; maar dat is toch al reëler dan de vergelijking met een politicus of manager.)

Wie hoopt op een koerswijziging onder de volgende paus zal dus geheid teleurgesteld worden. Er komt geen koerswijziging, om het domme feit dat er geen koers is – althans, geen koers in de beperkte politieke of economische zin. De kerk is er niet om een of ander partijprogramma te verwerkelijken, noch om ‘groeimarkten’ aan te boren, maar om een samenhangend complex te bewaren en door te geven van waarden en waarheden, gedachten en gebruiken. Dat is méér dan de smaak of mening van een enkeling; de katholieke kerk is hoedster van een tweeduizend jaar oude traditie van denken en doen, stevig geworteld in een heilig boek dat ook al niet over één nacht ijs is gegaan. Natuurlijk, een paus kan zijn stempel en accenten zetten, maar hij zal als enkeling toch bescheiden moeten zijn over de eigen invloed op die ontzagwekkende traditie.

Kerkhistoricus Peter Nissen zei in een reactie op het pauselijk aftreden dat paus Benedictus XVI enkel ‘op de winkel heeft gepast’. Ik vermoed dat Nissen dat niet als compliment bedoelde, maar in het licht van de vermaningen van de heilige Bernardus van Clairvaux is het dat wel. Inderdaad, hij heeft op de winkel gepast, en dat is een eerbiedwaardige taak. En nee, paus Benedictus was geen mediagenieke superster zoals zijn voorganger. Zowel in zijn pontificaat als in zijn aftreden heeft hij bescheidenheid en menselijkheid betracht. En daarmee heeft hij precies laten zien waar het Petrusambt ten diepste om draait.

woensdag 13 februari 2013

Aswoensdag

Vandaag is het Aswoensdag, het begin van de Veertigdagentijd, als voorbereiding op het Hoogfeest van Pasen. Veertig dagen van inkeer, bezinning en berouw. Om aan je relatie met God en met de medemens te werken.  Om je nog eens bewust te maken van al die zonden die je dagelijks doet. O. ik pleeg geen moorden of steel niet. Hoewel, onder dat laatste vallen ook zaken als illegaal downloaden, een pen van je werk meenemen, enz. Maar ik bedoel meer: roddelen, naar roddel luisteren, je te weinig bekommeren om je naasten, plichten verzaken of wegwuiven, jaloers zijn op iemand of iemand iets niet gunnen, iemand niet kunnen of willen vergeven. Dat soort zaken.

Vasten word er niet meer gedaan, behalve voor Rooms-katholieken op Aswoensdag en Goede Vrijdag. Ik zou het ook niet kunnen omdat ik diabetes heb. Maar je kunt wel soberder gaan leven. Geen luxe of overdadig eten, minder tv kijken of achter de computer zitten. Op bezoek gaan bij iemand aan wie je al lang geleden beloofd heb eens langs te komen e.d. Meer tijd besteden aan je relatie met God, de Bijbel lezen, overdenken en mediteren.

AskruisjeOp Aswoensdag halen de katholieken een askruisje tijdens de Eucharistieviering. De as is van verbrande palmtakjes van het jaar ervoor. As is een teken van boetedoening en berouw. In de Bijbel komt vaak voor dat men as over zich heenstrooit als teken van vasten en berouw. As is ook een symbool van reinheid.
Het askruisje is een teken dat je laat zien dat je echt werk wilt maken om zondige gewoonten en activiteiten achter je te laten. Ik wil mijn leven weer op Jezus afstemmen.
Tijdens het geven van het askruisje zegt de priester: Mens, gedenk dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren (Gen. 3,19). Het askruisje en de tekst herinneren ons aan ons aardse leven, dat eindig is. Eens zullen we voor God staan en hebben we rekenschap af te leggen. Daarom dienen we nu al te beseffen wat er werkelijk toe doet in dit leven.

Ik vind het prettig het askruisje te halen. Niet om aan iedereen te laten zien hoe goed ik wel ben, maar meer om mezelf eraan te herinneren dat er vandaag een belangrijke tijd is aangebroken en wat dat betekent.
Over dat uiterlijke teken: voorafgaand aan het geven daarvan was er een lezing van Matt. 6, 1-6 , 16-18: Doe uw goede daden niet voor het oog van de mensen maar in het verborgene.
Zodra ik de kerk uitstap, veeg ik onmiddellijk het askruisje van mijn voorhoofd.

Voor de rekenaars: De tijd tussen Aswoensdag en Pasen duurt langer dan veertig dagen. De zondag wordt niet als een vastendag gezien en daarom niet meegerekend.

 
AfdrukkenE-mail
 
 

woensdag 26 december 2012

Donderdag 26 december 1957

Vervolg van woensdag 25 december 1957

's Morgens was het weer bijtijds opstaan want Greetje ging met haar vader en de grotere kinderen naar de kerk om tien uur.

Als ze dan thuiskwamen werd er weer uitgebreid ontbeten. In die tijd was de regel dat je met een lege maag ter communie ging en er pas gegeten werd nadat je weer thuiskwam van de kerk.
Eerst werden de kaarsjes in de kerstboom aangestoken en stond moeders emmer water weer klaar.

Daarna gingen ze weer liedjes zingen rond de kersttafel.
Soms gebeurde het dat een kind langs de kersttafel kwam en dan spontaan begon te zingen. Dan kon het gebeuren dat een van de zes andere kinderen zich erbij aansloot.

Op tweede kerstdag was het vaste prik dat de kinderen 's middags naar het kinderkerstfeest van de KABO (Katholiek Bond  van Overheidspersoneel, de vakbond van de vader van Greetje) in het gebouw Kunst en Genot gingen.
Dat was altijd heel leuk en Greetje vermaakte zich goed. Ze kreeg snoepjes en limonade en er was een kindervoorstelling. En ook hier werden er kerstliedjes gezongen.

Eens was er een goochelaar die koekjes ging bakken.  Eerst versnipperde hij een krant en deed die in een trommel. Daarna stak hij de papiersnippers aan en deed het deksel erop. Met zijn toverstokje tikte hij een paar keer op de trommel. Hij deed het deksel weer open en zie, er zaten allemaal koekjes in de trommel. Greetje vond het prachtig. Ze raakte er maar niet over uitgepraat. Wat een knappe man was die goochelaar toch.

plaatje van het wereldwijde web
Het diner 's avonds was niet zo bijzonder als op eerste kerstdag maar het was toch anders dan anders. Al was het alleen al omdat er soep én pudding was. Normaal was er alleen óf soep, óf pudding.

Zo waren alle kerstfeesten van Greetje in haar jeugd. Het was een vaste traditie en elk jaar was het weer hetzelfde, van kerstavond tot de avond van tweede kerstdag. Heel mooi, echt Kerstmis!

dinsdag 25 december 2012

Woensdag 25 december 1957

Vervolg van Dinsdag 24 december 1957

Op eerste Kerstdag moest Greetje al weer vroeg opstaan. Ze zouden om half elf naar de Hoogmis.  Ook daar werden weer veel kerstliedjes gezongen. En er werd een ander kerstverhaal verteld dat Greetje niet goed begreep (Joh. 1, 1-18). Maar het was weer wel mooi in de kerk. En na afloop mocht ze weer de mooie kerststal bekijken. De beelden waren bijna net zo groot als Greetje.

Zo ongeveer zag de kerststal in de kerk eruit, maar dan met veel meer
herders en schaapjes, en natuurlijk de kameel.
Moeder was naar de vroegmis geweest en toen ze thuiskwamen was er een heerlijk ontbijt (het woord brunch kende Greetje niet). Broodjes en beschuit die ze normaal niet kregen. En er was krentenbrood met spijs. Greetje at altijd eerst het krentenbrood op en als laatste de heerlijke, zoete spijs.

In de kerk hadden de kinderen gehoord van Vrede op aarde en allemaal deden ze hun uiterste best om geen ruzie te maken met Kerstmis. Als er al één een beetje vervelend ging doen, werd er al gauw door een van de andere kinderen gezegd: vrede op aarde. En waarlijk, er werd geen ruzie gemaakt. Ook Greetje deed haar best om die dag niet vervelend te zijn. Het was een heel bijzondere sfeer. Twee dagen in het jaar werd er niet of nauwelijks ruzie gemaakt.

Daarna ging iedereen rond de kersttafel staan, de kaarsjes in de boom gingen aan en ze gingen kerstliedjes zingen. Dat was heel mooi.  Allemaal verzameld rond het kindje Jezus. Zoals dit lied:


Maar deze vond Greetje het mooist:


's Middags werd er een bezoek gebracht aan opa en oma. Greetje vond het wel leuk maar het was er altijd vreselijk druk. In de zomer, als er veel bezoek was, konden ze nog buiten zitten en spelen, maar nu, in de winter zat iedereen binnen. Opa en oma hadden 10 kinderen, 6 schoonkinderen en 30 kleinkinderen. De meesten kwamen op eerste kerstdag. Geen wonder dat Greetje het wel erg druk vond.

Om 5 uur was er weer de gang naar de kerk. Ditmaal voor het Lof. Dat duurde niet zo lang, ongeveer drie kwartier met een korte preek. Verder was het heel veel zingen.

Thuis was er het kerstdiner. Nu was er rollade, maar Greetje hield niet van vlees en vandaag hoefde ze geen vlees te eten. Verder was er heerlijke tutti frutti en er waren twee soorten groente. Greetje kon dus kiezen wat ze het lekkerst vond. Uiteraard ging tijdens het eten de kaarsjes in de kerstboom weer aan en moeder stond weer klaar met haar emmer water.

Daarna moest Greetje en de andere kleine kinderen naar bed. Ze was ook doodmoe. Ze had vannacht maar kort geslapen en er waren veel dingen anders dan op een gewone zondag. Maar ze vond het, zoals elk jaar weer, een bijzonder mooie kerstdag.

Wordt vervolgd.

maandag 24 december 2012

Dinsdag 24 december 1957

Het is de dag voor Kerstmis. Greetje is 7 jaar oud. Ze heeft vandaag kerstvakantie gekregen tot 7 januari. Dat is de dag na Driekoningen en dan moet ze weer naar school.

Vandaag is het een opwindende dag. Het is de dag voor Kerstmis en er moeten allerlei dingen gebeuren.

Vandaag wordt de kerstboom gezet. De dozen met kerstspullen zijn al van zolder gehaald en moeder heeft gecontroleerd of alle glazen ballen nog heel zijn. Anders moeten er nog snel even nieuwe gekocht worden bij de galanteriewinkel in de buurt.
O, wat een mooie ballen allemaal. Greetje was al weer vergeten hoe mooi ze waren. Ballen in allerlei vormen en kleuren en soms wel twee of drie kleuren op een bal. Er waren ook hele mooie ballen met een deuk erin, in de vorm van een ster. Ook waren er sneeuwmannetjes en sterren en  vogeltjes, allemaal van glas. Maar het mooiste vond Greetje toch het kerstklokje. Die kon echt klingelen. En dan was er nog de kerststal. Maar die werd nog niet uitgepakt. Jammer, dat moest nog even wachten.

De oudste broers waren al naar het bos geweest om mos te halen en Greetje en haar twee jongere broertjes moesten zand uit de tuin halen om paadjes te maken.
De naaimachine van moeder was al naar de slaapkamer verhuisd. Die moest plaats maken voor een tafel om de boom en de stal op te zetten. De tafel werd met de korte kant tegen de muur gezet zodat alle kinderen rond de kersttafel konden staan.

Eindelijk dan kwam vader van zijn werk met een mooie boom.  Die (de boom en niet vader) werd op de tafel geplaatst en het optuigen kon beginnen. Eerst gingen er slingers in van kleine, zilveren balletjes. Dan werden de ballen erin gehangen en uiteraard de mooie piek helemaal bovenin. Vervolgens werden de knijpertjes voor de kaarsjes op de uiteinden van de takken geplaatst. En dan kwam misschien nog het allerleukste: er kwamen koekjes en snoep in de boom: kerstkransjes, musketkransjes, chocoladekransjes. O, heerlijk allemaal, maar je moest er wel van afblijven en dat was best wel moeilijk voor Greetje. Stiekem heeft ze er best wel eens eentje, als ze alleen in de kamer was, eruit gepikt.
Als allerlaatste werd er her en der op de boom engelenhaar gedrapeerd. Dat engelenhaar moest je eerst losmaken maar Greetje vond dat geen leuk werkje omdat het spul altijd jeuk gaf op je handen.



Vóór de kerstboom kwam dan de kerststal. Die herinnerde Greetje zich nog wel van vorig jaar. Het was een mooi stal gemaakt van stro, echt een mooie stal voor het kindje Jezus. Het mos werd op de tafel uitgespreid en er werden paadjes gemaakt van het zand. Daarna werden de beeldjes uitgepakt. Maar dat was geen kinderwerk. Alles kwam te voorschijn en kreeg een plaatsjes: de herders met de vele schaapjes, de os en de ezel, Jozef en Maria en als laatste het kribbetje met het kindje Jezus.

Dit is de beeldengroep uit het ouderlijk huis van Greetje, inmiddels zo'n zeventig jaar oud.

De drie koningen en hun kameel werden helemaal achteraan geplaatst. Elke dag deden ze een stapje naar voren, totdat ze op 6 januari ook bij de stal stonden.

Boven de kerststal werd de engel gehangen. De engel had een lint in zijn handen. Daarop stond: Gloria in excelsis Deo. Greetje moest weer vragen wat dat betekende. Dat was ze vergeten. Eer aan God in de hoge.
Om de tafel heen werd nog groen crêpepapier aangebracht en toen was het klaar.
Greetje wilde er graag nog een poosje van genieten maar dat kon niet. De kinderen moesten snel naar bed. Anders zouden ze 's nachts in de kerk slapen.

Om 11 uur werden de kinderen gewekt, er werd nog even een washandje door hun slaperige snoet gehaald en toen gingen ze naar de kerk. Dit jaar was het eerste jaar dat Greetje ook mee naar de nachtmis mocht. De Mis begon om middernacht maar je moest er zeker om half twaalf al zijn anders zat de kerk propvol en moest je staan. Greetje vond dat geen probleem omdat ze om half twaalf al begonnen met het zingen van kerstliedjes. En Greetje hield van kerstliedjes zingen. Bovendien was het lekker warm in de kerk en er brandden zo veel kaarsen.

Tijdens de Mis werd het verhaal verteld van de geboorte van het kindje Jezus. Dat was altijd best wel spannend omdat ze uiteindelijk toch wel een plekje gevonden hadden om de nacht door te brengen, al was het dan een armzalig plekje. En dat de herders als eersten wisten dat het kindje geboren was vond ze ook erg mooi.
Na de Mis gingen ze kijken bij de mooie grote kerststal in de kerk.

Als ze dan uit de kerk kwamen om een uur of half twee was het helemaal donker buiten, er was niemand buiten de kerkgangers op straat en hoe dichter ze bij huis kwamen, hoe minder mensen er waren. Zo laat, zo midden in de nacht en dan als gezin helemaal alleen op straat, dat was spannend.

Moeder was thuisgebleven met de 2 jongste kinderen. En toen ze dan thuiskwamen stond de tafel gedekt. Met overheerlijk krentenbrood met spijs. En warme chocolademelk of koffie voor de groten. En ook mochten de kaarsjes in de kerstboom aangestoken worden. Moeder had al een emmer water klaargezet voor het geval dat de boom in brand zou geraken.
Voor Greetje had het allemaal nog wel heel lang mogen duren, maar de kinderen moesten al gauw naar bed. Morgen moesten ze weer op tijd op.

Greetje vond het allemaal heel spannend, midden in de nacht naar de kerk, midden in de nacht op straat en midden in de nacht eten, met brandende kaarsjes. Een mooi begin van het kerstfeest.

Wordt vervolgd.

woensdag 12 december 2012

Latijn

Ik ben nog van voor het Vaticaans Concilie. Dat betekent dat ik (als Rooms-katholiek) opgegroeid ben met het Latijn in de kerk.

Op zondag aan het eind van de namiddag moesten we ook naar de kerk voor het Lof. Daar werd altijd het Magnificat (Loflied van Maria, Lucas 1, 46-55) gezongen. Echter, voor een kind kwam het Latijn niet altijd even goed de mond uit. De eerste regel luidt: Magnificat anima mea Dominium (Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,). Wij zongen dan: "Magnificat, Annie mag mee naar opa toe". Maar wel heel zachtjes.



Erger was het in de Mis. In het Credo, de geloofsbelijdenis kwam op een gegeven moment de volgende zin voor:  Et in Spiritum Sanctum, Dominum et vivificantem, qui ex Patre Filioque procedit. (Ik geloof in de heilige Geest, die Heer is en het leven geeft; die voortkomt uit de Vader en de Zoon.) Op een gegeven moment, ik zal nog een schoolkind geweest zijn, moesten we weer dat vivificantem zingen. Ik kreeg het mijn keel niet uit en bleef steken bij vivifififi. Mijn iets oudere broer moest daar om lachen. Sindsdien was het bij elke Mis raak: als dat vivificantem gezongen werd, keken wij elkaar aan en gniffelden stiekem, tot grote ergernis van onze ouders.



Het Latijn is voor een kind niet altijd even makkelijk. Maar toch heeft het wel iets bijzonders.
Een aantal jaren geleden was ik op bedevaart naar Echternach (Luxemburg). Daar kwamen katholieken bijeen uit zo ongeveer alle West-Europese landen. Maar samen zongen we het Credo, het Magnificat en vele andere Latijnse gezangen. Het was groots. Het maakt niet uit waar je vandaan komt, je spreekt dezelfde taal, je bent samen één wereldkerk.

Met dank aan Zeg nu zelf, voor de inspiratie.

zondag 2 december 2012

Advent

Vandaag is het de 1e zondag van de Advent.
We bereiden ons voor op de komst van het Licht, de geboorte van Jezus Christus.
Elke week komen we een stapje dichter bij het Licht. Vandaar dat vandaag het 1e kaarsje aangaat.