Al vanaf de eerste klas van de lagere school, toen ze net begon met leren lezen, las Greetje al alles wat maar los en vast zat.
Ze zat op een katholieke meisjesschool en daar leerde ze lezen door middel van het katholieke leesplankje:
 |
| plaatje van het www |
Ze herinnert zich nog goed dat veel van de schoolboekjes en dergelijk kwam van de drukkerij van het R.-K. Jongensweeshuis in Tilburg en later uitgeverij Zwijsen. Gek, dat ze die namen haar hele leven onthouden heeft.
Zoals gezegd, ze las alles wat los en vast zat. De etiketten op de verpakking van het broodbeleg waren altijd interessant en elke keer weer kon ze steeds meer woorden lezen. Ze weet nog goed de verwondering bij het lezen van het woordje pindakaas op de pot pindakaas. Hé, daar staat
PINDAKAAS!!!!
Vanaf dat ze lezen kon was Greetje lid van de bibliotheek. Nee, niet de openbare maar de rooms-katholieke bibliotheek. Op die manier zou ze geen verkeerde boeken lezen.
Ze leende altijd het maximum aantal boeken per week. Die kreeg ze met gemak uit. Puk en Muk, Pinkeltje, meisjesboeken als Marie-Anneke die Streepje genoemd werd. En ook veel boeken waarin dieren gepersonificeerd waren.
In de boeken die Greetje las, ging vaak een moeder of een van de kinderen dood. Moeder stierf aan tuberculose of een van de kinderen was door het ijs gezakt en overleed aan longontsteking. Ook lagen mensen vaak heel lang ziek op bed.
In het midden van de vorige eeuw waren er diverse spellingwijzigingen maar Greetje las nog veel boeken met de oude spelling, zij las over bosch en visch, over den en der, over heeten en zoo. Geen probleem voor haar, als ze maar lezen kon..
Greetje vond het altijd leuk als er tekeningen in het boek stonden maar aan de tekeningen van één tekenares had ze een hekel aan. Die vond ze altijd maar raar. Die tekenares was Rie Cramer. De Greet van nu heeft veel waardering voor het werk van haar, maar toen, zo raar!
Greetje woonde thuis met nog 6 kinderen. Altijd was er lawaai en drukte in huis met zo veel volk. En Greetje had rust nodig om zich te kunnen concentreren. Het was lastig een rustige plaats te vinden om te lezen. In de zomer was het nog wel te doen. Dan kon Greetje op bed lezen. Maar in de winter moest ze wel in de kamer lezen. Ze ging dan op de grond zitten met opgetrokken knieën, de bril ging af want dan werd haar wereld kleiner en de vingers in de oren. En dan was Greetje heerlijk aan het lezen en dan zag haar vader die geen lezer was, in tegenstelling tot haar moeder, haar en vond het maar niets dat meisjes zaten te lezen. Ze kreeg dan altijd de opmerking: "Heb je niets beters te doen?". Hij bedoelde hiermee sokken stoppen of handwerken.
 |
| plaatje van het www |
Greetje had vroeger ook genoeg leesvoer thuis. Eerst De Engelbewaarder, daarna de Okki en in de hoogste klassen van de lagere school de Taptoe. Nog later kwam de Donald Duck in huis. Greetje herinnert zich nog goed een vriendje van een van haar zussen die, zodra hij bij hun kwam, naar de Donald Duck greep en al lezend zat te gniffelen.
 |
| plaatje van het www |
 |
| plaatje van het www |
Greetjes ouders hadden ook tijdschriften. De KRO-gids, de Katholieke Illustratie, Beatrijs, een rk vrouwenblad, Na vijven, een hobbyblad, Ariadne, een handwerkblad, Knittax, een machinebreiblad, en Eva, een breiblad. Later ook nog de Margriet, met op de achterkant de strips van Broer en Konijn. Ook dat werd allemaal door Greetje gelezen en/of doorgebladerd. Ergens in een van die tijdschriften las ze ook de strips van Sjors en Sjimmie.
 |
Destijds zag Sjimmie er nog zo uit, nu zeer incorrect.
|
Greetje is haar moeder nog steeds dankbaar dat die haar de liefde voor lezen heeft bijgebracht.